Door Roelf Pot
Adviseur ESI & CrowdProfessionals
De vaste lezers onder u zullen zich vast één van de eerdere blogs over dit onderwerp herinneren. Geluidsbelasting is een terugkerend issue waar gemeenten of organisatoren vaak vragen over hebben. Ik ga in deze blog in op hoe we momenteel vaak rechtlijnig werken met één vaste norm en onderbouw waarom er meer maatwerk nodig is in het stellen van geluidsnormen bij evenementen.
In februari 2023 schreef ik over het WHO-onderzoek naar gehoorschade door evenementen, dat eind 2022 werd afgerond. Er staan zes adviezen in die nationale overheden zouden moeten vertalen naar hun eigen landelijke wetgeving. Ik sloot deze blog af met de opmerking dat in Nederland iedere gemeente zijn eigen afwegingen maakt en dat ik bang was dat we in dit mega-evenementenland eigenlijk geen landelijk geldende wettelijke normen gaan krijgen.
Het feit dat we in Nederland geen landelijke of een algemeen geaccepteerde normen hebben op het gebied van geluidsbelasting zorgt voor veel vragen, en daarom hebben we de in juli 2023 een interview gepubliceerd met een professionele geluidsmeter met jaren ervaring met verschillende systemen. De kernboodschap was: wat je wilt weten, bepaalt wat hij gaat meten.
En in diezelfde maand vertelde de Heerlense evenementencoördinator Norbert Kohlen in een interview met ESI over de verschillen per locatie binnen hun vastgestelde beleid. Evenementen zorgen voor “vermeack”, maar ook voor overlast en je wilt als verantwoordelijke voor de veiligheid, gezondheid, welzijn en leefbaarheid dus evenementen toestaan (in het kader van welzijn), maar ook op maat de juiste normen stellen (in het kader van gezondheid en leefbaarheid).
Deze verhalen over beleid en techniek zijn interessant en bieden inzicht, maar ik krijg zelf vaak de vraag: Mag het even concreet Roelf? Wat is nu het meetpunt dat ik moet gaan opleggen in de vergunning? En welk aantal decibellen hoort daarbij?
Tja, dan hebben we het dus over maatwerk-advies en dat gaat echt over de situatie op die ene locatie. En voor een andere locatie past weer een ander meetpunt en een ander aantal decibellen. Vandaar dat ik er hier toch maar weer over begin.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Limburgse normen
Geluidsregels waren vroeger onderdeel van de milieuwetgeving en op de informatieve website infomil van Rijkswaterstaat stond een document van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg uit 1996 dat nog steeds door een aantal gemeenten wordt gebruikt als beleidsuitgangspunt.
De basis van dit document is heel praktisch: mensen die in een woonkamer met elkaar praten, moeten, ook als er een evenement in de buurt is, zonder stemverheffing met elkaar kunnen praten. In de woning mag binnendringend geluid dan niet harder dan 50 dB(a) doorklinken. Uitgaande van een gemiddelde isolatie, zorgt die vaststelling ervoor dat er maximaal 70 dB(a) aan de buitenzijde van de gevel mag klinken. Ook helder.
Onwerkbaar
Maar daar hebben we dan ook meteen de kern van het probleem. Als het podium op 25 meter van de woning staat, bijvoorbeeld een woning boven een winkel aan het marktplein waar een evenement plaats moet gaan vinden, dan is eis van 70 dB(a) een onwerkbare norm. De muziek buiten zou dan zo zacht moeten staan dat er geen sprake kan zijn van een evenement.
Zelfs als dat marktplein alleen al vol staat met kletsende en lachende mensen zonder dat er muziek klinkt, is de geluidsbelasting op de gevel al meer dan 70 dB(a). Er zou dan dus helemaal geen muziek gemaakt mogen worden volgens dit uitgangspunt.
Aan de andere kant: veel grote festivals vinden plaats in landelijke gebieden en de dichtstbij staande woning is vaak meer dan 1000 meter verderop. Mag er dan vanaf het podium dan 130 B(a) of meer knallen? Ik denk het niet. We weten immers dat er gehoorbeschadiging gaat optreden indien oren over een periode van meer dan een uur met meer dan 100 dB(a) belast worden. Als de gevelnorm DE enige norm zou zijn, zouden we bij gevels op grote afstand dus gehoorbeschadigingen vlak voor het podium accepteren.
Eigen normen
Dat doen we niet, dus ging iedere betrokken vanuit zijn/haar achtergrond zelf aan de slag met eigen getallen en meetpunten die beter moeten passen in specifieke situaties. Lang verhaal kort:
Ik ben de afgelopen 7 jaar de volgende normen tegengekomen: 70, 90, 100 en 103 dB(a)
En ik ben de afgelopen 7 jaar meetpunten tegengekomen ”aan de gevel”, “in het publiek”, “in het Front of House” en “aan de boxen op het podium”. Overigens is uit de praktijk gebleken dat voor geluidsoverlast de dB(c)-norm (laagfrequent, bastonen) vaak veel belangrijker is dan dB(a) en over de dB(c)-norm ervaren wij veel minder discussie (al is er wel eens discussie over wie nog als belanghebbende kan worden gezien voor geluidsoverlast van laagfrequente bastonen).
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Welk doel hebben normen?
Als we de gezondheid van de bezoekers als criterium nemen en we gaan ervan uit dat niet iedereen afdoende gehoorbescherming draagt, dan moeten we de mensen tussen podium en Front Of House beschermen met een maximum van 100 dB(a). Dan is het slim om “meten aan de boxen” als meetpunt te nemen.
Je kunt dat getal ook monitoren door 90 dB(a) als norm te nemen vanaf het Front Of House. Er zit immers afstand tussen boxen en Front of House waarin het geluid afneemt. Ook in het eerdergenoemde document vindt u een degelijke redenering. Overigens zet de evenementenbranche zich in voor juist betere gehoorbescherming zodat het geluid harder kan dan 100 Db(a) en daardoor meer wordt beleefd.
Als naast de gezondheid van de bezoekers, ook de overlast voor de omwonenden gemonitord dient te worden, dan ontkom je er niet aan om daar een tweede meetpunt in te richten met die eerdergenoemde 70 dB (a) als norm.
Ik heb de afgelopen jaren gemerkt dat het hebben van één meetpunt en het stellen van één geluidsnorm geen recht doet aan gezondheid én welzijn. Eén norm kan geen twee heren dienen.
Geluidsoverlast is een dynamisch fenomeen
Tot zover de regelgeving en het monitoren daarvan. Ik wil afsluiten met twee losse opmerkingen.
Ten eerste: geluid(sbelasting) is een inbreuk op het welzijn van mensen (en dieren) in de omgeving. Ik heb gemerkt dat degenen die klachten indienen over geluidsoverlast zich ook vaak lieten leiden door de aard van het geluid of de muziek. Bewoners van een 55+ appartementencomplex vonden een jazz-optreden goed te verteren en een Techno-DJ in hetzelfde park leverde veel klachten op. Beide organisatoren hielden zich aan dezelfde geluidsnormen. Ik vraag me daarom af of we die diversiteit in de omgeving niet ook mee moeten gaan wegen in de locatieprofielen. Kunnen we aard en volume van evenementgeluid afstemmen op de kenmerken van de omgeving?
Ten tweede: geluid is en blijft een natuurproduct. Steeds vaker lees ik over klachten vanuit omwonenden die verder van een evenement vandaan wonen. De geluidsmetingen op of in de nabijheid van het evenement gaven een beeld dat de normen de hele avond niet zijn overschreden. Het wegwaaien, meevoeren over water en “neerdalen” van geluid is voor specialisten een bekend fenomeen. Het valt samen met atmosferische omstandigheden en die zijn niet te voorspellen. Behalve dan dat we weten dat vochtige lucht geluid heel anders verspreid dan droge lucht. Het kan dus goed zijn dat de nattigheid van de afgelopen weken bij u in de gemeente heeft gezorgd voor een toename aan geluidsklachten. Het is maar dat u het weet. Ik wens u en de uwen een fijne vakantie en laat uw oren ook lekker rusten. Da’s goed voor ze.