Door Sanne van Rijswijk
Een nieuwe handreiking van de Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF) geeft evenementenorganisaties handvatten om aan de slag te gaan met sociale veiligheid. In deze blog kijken we wat er onder sociale veiligheid valt, wat we daarvan terugzien in de praktijk, en wat deze handreiking daaraan toevoegt. Ook laten we zien hoe dezelfde principes te vertalen zijn naar de bezoeker.
Sociale veiligheid op evenementen krijgt steeds meer aandacht. Die toegenomen aandacht komt niet uit het niets. Campagnes als Wij eisen de nacht op zetten de afgelopen periode massaal het onderwerp op de kaart: kunnen mensen, en vooral vrouwen, zich veilig door het publieke leven bewegen? Ook ’s nachts, onderweg naar huis na een avondje uit. Diezelfde vraag speelt steeds nadrukkelijker bij poppodia, festivals en clubs. Waar sociale veiligheid een paar jaar geleden nog vaak werd gezien als iets dat vooral vanzelfsprekend geregeld was, zien we nu een bredere beweging: steeds meer evenementen richten zichtbare Safe Spaces in, trainen stewards specifiek op het herkennen van grensoverschrijdend gedrag en communiceren actief over waar bezoekers terechtkunnen voor hulp of het melden van incidenten.
Die verschuiving is niet toevallig. Fysieke veiligheidsmaatregelen, zoals hekken, beveiligers en cameratoezicht, blijken niet automatisch een gevoel van veiligheid op te leveren. Dat onderscheid wordt vaak samengevat als objectieve versus subjectieve veiligheid: objectieve veiligheid gaat over het daadwerkelijke risico op incidenten en hoe goed dat wordt beheerst, subjectieve veiligheid over het gevoel van veiligheid dat bezoekers en medewerkers ervaren. Beide zijn belangrijk, maar hoeven niet met elkaar overeen te komen: een evenement kan op papier goed beveiligd zijn en toch onveilig aanvoelen, terwijl een ontspannen sfeer niet automatisch betekent dat er geen risico’s zijn.
Precies in die context past de vernieuwde Handreiking Sociale Veiligheid die de VNPF vorige maand publiceerde. Aanleiding genoeg om het onderwerp opnieuw te bekijken.
Wat verstaan we onder sociale veiligheid?
Sociale veiligheid gaat in de kern over de vraag of mensen zich op een evenement veilig, vrij en gerespecteerd voelen. Het gaat daarbij niet alleen om het voorkomen van incidenten, maar ook om de ruimte die mensen ervaren om zichzelf te zijn, grenzen aan te geven en hulp te zoeken wanneer dat nodig is. Sociale onveiligheid kan zich uiten in verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag, zoals intimidatie, seksueel grensoverschrijdend gedrag discriminatie of agressie.
Daarmee raakt sociale veiligheid aan verschillende aspecten van een evenement: de manier waarop mensen met elkaar omgaan, de context waarin een evenement plaatsvindt en de manier waarop de organisatie omgaat met signalen en incidenten. Gedragsregels, een meldpunt, getrainde medewerkers en duidelijke afspraken over opvolging kunnen daar onderdeel van zijn. Sociale veiligheid zit daarmee niet alleen in het gedrag van mensen, maar ook in hoe een evenement is georganiseerd.
Wat zien we in de praktijk?
Onveiligheid uit zich niet altijd in grote incidenten. Uit eigen ervaring in sector blijkt dat juist situaties die op het eerste gezicht klein lijken, bepalend kunnen zijn voor hoe veilig iemand een evenement ervaart: opdringerig gedrag van een andere bezoeker, ongewenst fysiek contact of het gevoel gevolgd te worden op een donker deel van het terrein. Dit kan evengoed gaan om een bezoeker die ongevraagd wordt gefilmd of gefotografeerd of om een steward of beveiliger die bij een bezoeker onterecht hardhandig optreedt.
Dat dit geen incidentele signalen zijn, blijkt ook uit onderzoek. Uit Het Grote Uitgaansonderzoek 2023 van het Trimbos-instituut geeft 84,5% van de heteroseksuele vrouwelijke bezoekers en 84,8% van de LHBTIQ+ vrouwelijke bezoekers in het jaar voorafgaand aan het onderzoek minstens één keer ongewenst is aangeraakt tijdens het uitgaan. Ook breder in de samenleving voelen mensen zich vaker onveilig. Volgens de meest recente CBS Veiligheidsmonitor 2025 geeft 37% van de Nederlanders dit aan, tegenover 33% in 2019, en onder jonge vrouwen loopt dat op tot 60%.
Deze situaties lijken op zichzelf incidenteel, maar delen vaak dezelfde voedingsbodem, zoals weinig sociale binding tussen bezoekers, de late uren van een evenement, een ontspannen sfeer waarin grenzen kunnen vervagen en de anonimiteit van een grote groep waarin niemand zich verantwoordelijk voelt om in te grijpen. Ook alcohol- en drugsgebruik kunnen van invloed zijn op gedrag en op het vermogen om de eigen grenzen en die van anderen goed in te schatten.
Niet alle risico’s komen echter voort uit de dynamiek van de menigte. Ook de aard en context van een evenement kunnen van invloed zijn. Evenementen die nauw verbonden zijn met een specifieke groep of identiteit kunnen bijvoorbeeld eerder doelwit worden van gerichte vijandigheid. Uit de CBS Veiligheidsmonitor 2023 blijkt dat 1,6% van de Nederlanders zich in het voorgaande jaar zich gediscrimineerd voelde tijdens het uitgaan. Dit vraagt om een andere benadering dan risico’s die voortkomen uit anonimiteit, groepsdynamiek of een gebrek aan sociale controle.
Wat kunnen we leren van de nieuwe VNPF-handreiking?
De VNPF actualiseerde vorige maand de Handreiking Sociale Veiligheid voor poppodia en (pop)festivals, als opvolger van het beleidskader Omgangsvormen in de poppodia- en festivalwereld uit 2022. Deze handreiking gaat in de eerste plaats over sociale veiligheid binnen de organisatie. De focus ligt op de relatie tussen werkgever en medewerker, vrijwilliger, stagiair of zzp’er. Het is daarmee geen document over bezoekersveiligheid. Toch bevat de handreiking principes die ook relevant zijn wanneer we naar sociale veiligheid op evenementen als geheel kijken.
Een bredere blik dan alleen ongewenst gedrag. Sociale veiligheid wordt nadrukkelijk niet meer alleen benaderd als een kwestie van grensoverschrijdend gedrag tussen mensen. Ook leiderschap, personeelsbeleid, machtsverhoudingen, werkdruk en organisatiecultuur krijgen een plek. Dat is een trend die je breder in de sector ziet; sociale veiligheid als organisatievraagstuk, niet als incidentenlijstje.
Een concrete minimumbasis. Voor organisaties die niet weten waar te beginnen, benoemt de handreiking wat er op zijn minst geregeld moet zijn: duidelijke gedragsregels, een risicoanalyse, heldere verantwoordelijkheden, toegang tot een onafhankelijke vertrouwenspersoon, een meld- en klachtenroute en een periodieke evaluatie.
Onderscheid tussen signaal, melding en klacht. De handreiking werkt uit wat het verschil is tussen een vertrouwelijk gesprek, een signaal, een melding, een formele klacht en een onderzoek, en welke rollen daarbij horen, en juist niet met elkaar vermengd moeten worden. Voor veel organisaties is dat in de praktijk een bron van verwarring, ook buiten de personeelscontext.
Van tellen naar begrijpen. De handreiking benadrukt dat het niet alleen om aantallen meldingen gaat, maar ook om patronen, ervaringen en de vraag of getroffen maatregelen daadwerkelijk werken. Dat vraagt om structureel evalueren, niet alleen na een incident.
Een uitgangspunt dat de handreiking treffend samenvat: de schaal van een organisatie mag bepalend zijn voor hoe je sociale veiligheid organiseert, niet of je dat doet. Een klein festival met een handjevol vrijwilligers heeft nu eenmaal een andere uitgangspositie dan een groot podium met een eigen HR-afdeling, maar beide zijn aan zet. Diezelfde principes bieden ook een bruikbaar vertrekpunt voor sociale veiligheid van bezoekers.
Wat is er nog meer nodig?
De handreiking is een goede stap voor de organisatie als werkgever, maar sociale veiligheid staat of valt met wat er in de praktijk mee gebeurt. Een paar aandachtspunten:
- Van beleid naar gedrag. Een handreiking op de plank verandert niets. De vraag is of sociale veiligheid daadwerkelijk leeft binnen de organisatie en terugkomt in briefings, trainingen en het dagelijkse gedrag van personeel. Alleen dan kun je het ook uitdragen naar je publiek.
- Een eigen vertaling naar de bezoeker. Zolang er geen sectorbrede handreiking voor bezoekersveiligheid bestaat, ligt het bij de sector zelf om die vertaalslag te maken. Bestaande initiatieven als Ben je oké? en voorzieningen zoals prikkelarme ruimtes kunnen daarbij als bouwstenen dienen. ESI publiceerde al eerder een handleiding over het inrichten van zo’n ruimte op evenementen.
- Blijven meten wat werkt, ook aan de bezoekerskant: niet alleen het aantal meldingen, maar ook ervaringen van bezoekers zelf.
Sociale veiligheid is geen project met een einddatum, maar een manier van organiseren die continu aandacht vraagt. Of mensen zich daadwerkelijker veiliger voelen, hangt uiteindelijk niet af van beleid en afspraken op papier, maar van de ervaring dat je iets kunt aangeven en dat daar ook naar wordt geluisterd.