Hoe organiseer je veilig vluchten en ontruimen bij evenementen?

Hoe organiseer je veilig vluchten en ontruimen bij evenementen?

Veilig kunnen vluchten is een van de kernvoorwaarden voor het organiseren van ieder publieksevenement. Bij veel evenementen hoort daar ook een effectieve ontruiming bij. In deze blog zetten we een aantal basiselementen op een rij die altijd moeten worden meegenomen bij het ontwerp en de voorbereiding van vluchten en ontruimen van evenementen. 

Brand maatgevend 

Uiteraard zal ieder evenement minimaal moeten voldoen aan de wettelijke kaders voor veilig vluchten. De Nederlandse wetgeving stelt in algemene zin ‘brand’ als maatgevend risico in de regels over vluchten. Hier is veel voor te zeggen want brand kan in een besloten omgeving al snel veel impact hebben door rookontwikkeling en hitte. Veel regels rondom vluchten hebben daarom betrekking op het vluchten uit een gebouw of een besloten ruimte van een bouwsel (zoals een tent) vanwege brand. Zo zijn er regels over maximale lengte van vluchtroutes, minimale breedte en hoogte van doorgangen in vluchtroutes, grootte van nooduitgangbordjes, verlichting van vluchtroutes en het eenvoudig kunnen openen van eventuele deuren in vluchtroutes.  

De wet kent enkele normtijden voor het kunnen vluchten, altijd gebaseerd op snel kunnen verlaten van een getroffen gedeelte van een gebouw of bouwsel en het bereiken van een ander gedeelte, een plek van relatieve veiligheid. De norm van 1 minuut geldt voor vluchten uit een brandcompartiment in een gebouw en in een bijeenkomsttent is dit momenteel ook nog 1 minuut, al wordt soms al vooruitgelopen op een voorziene aanpassing van deze tijd naar maximaal 3 minuten (de NEN-norm 8020-41 voor bijeenkomsttenten wordt momenteel herzien op dit punt en diverse andere punten). Deze tijdsnorm is ook gebaseerd op brand. 

ASET en RSET 

Vluchten kent ook een wetenschappelijke benadering, die kan helpen bij het bepalen van de aanpak van veilig vluchten. Door analisten wordt de beschikbare vluchttijd (Available Safe Egress Time, ASET) berekend aan de hand van de mogelijke brandontwikkeling in een ruimte. Hoe sneller de ruimte zich vult met rook en hitte, hoe korter de beschikbare vluchttijd. Als de ASET hoger is dan de benodigde vluchttijd (Required Safe Egress Time, RSET, de tijd die mensen nodig hebben om buiten de getroffen locatie te komen), is het goed: er is dan meer tijd beschikbaar dan nodig is. Andersom hebben we een probleem. De RSET bevat overigens een combinatie van de detectietijd, reactietijd en de vluchttijd zelf. Gedragskenmerken van de menigte, de mate waarin zij het gevaar onderkennen en hun onderlinge verbondenheid spelen vervolgens allemaal een rol. Het analysemodel vluchtveiligheid van het NIPV (2010) wijst op de menskenmerken (hoe zelfredzaam zijn ze en kennen ze de omgeving?), de brandkenmerken (hoe snel breidt de brand zich uit?) en de gebouwkenmerken (hoe lastig is het om eruit te komen bij brand?). 

Vreemd genoeg wordt in de wettelijke tijdsnormen voor veilig vluchten niet gerekend met detectietijd en reactietijd maar wordt puur rekenkundig gekeken naar hoe snel eenieder via alle beschikbare nooduitgangen evenredig gebruikt buiten kan zijn.  

Vluchten in de buitenlucht 

In de buitenlucht pakt het risico van brand anders uit. Hier vervliegt de rook en ook hitte heeft veel minder snel impact door de verkoelende effecten van de omgeving. De wet stelt kennelijk daarom geen tijdsnormen voor vluchten vanuit plaatsen in de buitenlucht, ook niet vanaf een tribune, van onder een overkapping of vanaf een vip-deck. Wel gelden algemene eisen van het hebben van voldoende vluchtroutes en nooduitgangen die goed zijn aangegeven. Wat dan voldoende is wordt in de wet opengelaten. 

De Britse handreiking Fire Safety Risk Assessment for Open Air Events and Venues (2007) vermeldt wel een aantal getalsnormen voor vluchttijden buiten. Deze gids onderscheidt buitenevenementen met een hoog brandrisicoprofiel, een normaal brandrisicoprofiel en een laag brandrisicoprofiel. Een hoog risico zijn bijvoorbeeld food truck-evenementen op een plek waar weinig vluchtmogelijkheden zijn, waar het erg druk is en relatief veel verminderd zelfredzamen aanwezig zijn. Hier zou dan een vluchttijd van minder dan 5 minuten moeten gelden, terwijl voor evenementen met een laag brandrisicoprofiel een vluchttijd van 10 minuten of hoger zou mogen gelden. De gedachte is: hoe groter het risico, hoe korter de vluchttijd.  

In de Eurocode NEN-EN-13200-7 (2014) is een maximale vluchttijd van 8 minuten opgenomen, voor het vluchten binnen een toeschouwersaccommodatie vanaf de getroffen plek naar de plek van relatieve veiligheid, de omloop van een stadion bijvoorbeeld. Bij Europese wedstrijden geldt deze norm ook in onze stadions, want deze wordt onderschreven door de UEFA. Nederland heeft deze Eurocode nog niet in nationale wetgeving opgenomen. 

In de open lucht kunnen andere scenario’s dan brand ook een bepaalde maximale vluchttijd met zich meebrengen. Niet altijd zijn hier harde getallen voor te geven maar het is wel verstandig om per locatie op een evenement de maximale vluchttijd te bepalen en de plaats te bepalen waarnaartoe gevlucht moet kunnen worden. Dit doe je door te bespreken wat een maatgevend incidentscenario is en hoeveel tijd er dan is om weg te komen van het gevaar. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Inspelen op gedrag verkort de vluchttijd 

Lang niet altijd zal publiek op een evenement een incident signaleren, het risico ervan snel kunnen inschatten en zichzelf gaan verplaatsen via vluchtroutes naar een veilige plaats. Als mensen niet tijdig reageren loopt de vluchttijd op en kunnen er onnodig slachtoffers vallen. Vluchttijd kan worden verkort door de waarneming en verificatie van gevaar te ondersteunen met een duidelijke boodschap en instructie vanuit de organisatie. “Beste bezoekers, vanwege een brand in het dak vragen we u de zaal snel te verlaten via alle beschikbare nooduitgangen. Let op de groene borden en volg instructies op van onze medewerkers”.  

Paniek is zeldzaam in crowds, ook bij brand of andere noodsituaties. Mensen blijven meestal rustig en maken logische keuzes binnen de beschikbare tijd en informatie die zij hebben. Het kan zijn dat ze terugvallen op hun vluchtinstinct, en dan zal niet altijd alle informatie vanuit de organisatie hen nog bereiken. Dit is echter niet hetzelfde als paniek 

Ontruiming organiseren 

Vluchten doe je zelf, evacueren of ontruimen is een georganiseerde handeling waarbij het publiek door de organisatie wordt verplaatst van een bedreigde locatie naar een veilige locatie. De wet schrijft voor dat er een ontruimingsplan moet zijn voor ieder buitenevenement met minimaal één bouwsel waar zich meer dan 150 personen in bevinden (en voor evenementen met nachtverblijf wordt geboden aan meer dan 10 personen en/ of verzorging wordt geboden aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar). Ook voor bepaalde gebouwen geldt de verplichting tot het hebben van een ontruimingsplan. 

Ontruimingsstrategie bepalen 

Voor ontruiming geldt, net als voor vluchten, dat verschillende scenario’s verschillende effecten kunnen hebben op de beschikbare ontruimingstijd, maar ook op de ontruimingsstrategie. Waar bij vluchten vooral een beroep wordt gedaan op eenieders zelfredzaamheid, kan bij ontruimen worden bepaald of, hoe en waarheen de crowd wordt geëvacueerd. Een ontruimingsplan dient dan ook rekening te houden met de verschillende scenario’s en uit te werken welke ontruimingsstrategie per scenario kan worden gehanteerd. Denk dan bijvoorbeeld aan een totale ontruiming, een deelontruiming, een gerichte ontruiming naar een bepaalde locatie, een getrapte ontruiming (gebied na gebied of ruimte na ruimte), een invacuatie of juist binnenblijven (‘stay put’).  

Ook bij ontruimen is het raadzaam een tijdsdoel te stellen. Doe je dit niet, dan kan je er in de praktijk achter gaan komen dat de ontruiming veel te lang duurt en bijvoorbeeld de storm het evenement inmiddels heeft bereikt. Vergis je niet, ontruimen kan lang duren. Bijvoorbeeld als dit met pendelbussen moet of als mensen een lang stuk moeten lopen naar een treinstation of schuilplaats. Een ontruimingsstrategie houdt ook rekening met de tijd die de organisatie nodig heeft om zijn medewerkers te briefen, de inrichting en signage voor te bereiden op een massale uitstroom en de bezoekers te informeren over wat er komen gaat.  

Een show stop kan ook worden gezien als een zachte vorm van ontruiming. De show stop-procedure kan inhouden dat een evenement tijdelijk wordt stilgelegd. Bijvoorbeeld vanwege een medisch incident in de crowd. Komt er noodweer aan, dan is de show stop definitief en wordt bezoekers gevraagd via de normale routes het evenement te verlaten. Heb je tijd voor een show stop en is deze logistiek uitvoerbaar, dan zal het eenvoudiger te controleren zijn dan een massa-evacuatie. 

Zorg dat het geregeld is 

Ieder evenement moet zorgen dat veilig vluchten altijd mogelijk is, ongeacht de grootte van het evenement. Een vluchttijd van 1, 2, 4, 8 of 10 minuten kan reëel zijn, afhankelijk van de gevaarzetting. Maak hierover goede afspraken, zodat het design en de organisatie erop gericht zijn om de daadwerkelijke vluchttijd zo laag mogelijk te houden (informeren van het publiek, duidelijk handelingsperspectief geven). Bij grotere evenementen of evenementen op een bijzondere locatie zal ook evacueren goed moeten worden geregeld. Werk dit uit in een evacuatieplan met verschillende evacuatiestrategieën die passen bij jouw evenement, de omgeving en de maatgevende scenario’s. 

Recent verscheen een nieuwe videoreconstructie van de instorting van het podium van de Indiana State Fair in 2011. Hieruit blijkt dat signalen over naderend noodweer werden genegeerd en bewust informatie werd achtergehouden die had kunnen leiden tot een tijdige evacuatie. Bekijk de beelden hieronder. 

Meer nieuws ›