Door Syan Schaap
De regeldruk waar veel evenementen mee worstelen zal niet snel afnemen. Het is nu zaak dat organisatoren de maatschappelijke waarde van hun evenement beter definiëren, om dit te gebruiken om nieuwe arrangementen met gemeenten te maken.
Als er één boodschap bij mij is blijven hangen na het ESI Jaarcongres 2026, dan is het dat de waardering van evenementen als fenomeen met maatschappelijke betekenis snel hoger op de lokale politieke agenda’s moet. Terwijl de festivalindustrie behoorlijk last heeft van toenemende regulering bij gemeenten, oplopende eisen vanuit veiligheidsdiensten, stijgende kosten en weifelende consumenten, zijn ook de organisatoren achter stadsfeesten, sportevenementen en culturele festiviteiten aan het worstelen met hun positie, verantwoordelijkheden en de eisen vanuit gemeenten en diensten.
Trendbreuk
De Nederlandse evenementenbranche heeft wel eens betere tijden gekend. Na jaren van groei in het aantal evenementen, uitverkochte festivals en stads- en dorpsfeesten tot in de late uurtjes, is de trend de afgelopen twee jaar drastisch veranderd. Vele artikelen in kranten en vakbladen zijn inmiddels gewijd aan het proberen te verklaren van de teruggang in evenementenbezoek en vaak blijkt dat dan met name festivalbezoek te betreffen. Verschillende festivals hebben het moeilijk, er zijn er kennelijk te veel van die op elkaar lijken en er wordt gesproken over de “psychologische grens van 300 euro” voor een weekendticket. Veel festivals liften mee op trends in de hoop het maximale aantal kaartjes te verkopen en dat draagt niet bij aan de diversiteit. Artiesten als Snollebollekes, Direct, Antoon of Roxy Dekker; je komt ze overal tegen onder een net weer iets ander festivallabel. Ook in de dance-scene lijken veel festivals meer van hetzelfde te programmeren, al doen de elektronische festivals met een eigen profiel het nog prima. Rock, punk en Metal blijven ondertussen een eigen subgroep bedienen, met opvallend genoeg wat nieuwe festivals. Terwijl voor veel festivals de ticketverkoop moeizamer gaat, lijkt het bezoek aan evenementen in zijn geheel niet af te nemen (al zijn hier geen goede cijfers voor beschikbaar). Open evenementen blijven sterk in trek, getuige bijvoorbeeld de drukte die deze maand in Amsterdam op Koningsdag wordt verwacht. Hoe komt het dan dat het ook die evenementen het niet makkelijk hebben?
Regeldruk, een veelkoppig monster
Commerciële festivals, open stadsfeesten, sportevenementen en culturele festiviteiten hebben één ding met elkaar gemeen: ze hebben allemaal te maken met regeldruk. Op het ESI Jaarcongres bleek dit jaar eens temeer a) hoe veelkoppig dit monster is en b) dat er geen eenvoudige oplossingen voor zijn. Regeldruk uit zich onder meer in:
- Jaarlijks een nieuwe evenementenvergunning én een omgevingsvergunning moeten aanvragen (omdat de locatie niet bestemd is voor evenementen);
- Jaar op jaar geconfronteerd worden met nieuwe eisen vanuit gemeenten, al dan niet op aandringen van de politie, de veiligheidsregio of andere diensten;
- Strengere toetsing op naleving van wettelijke vereisten zoals de regels in het Besluit BGBOP of in de WPBR;
- Verschil van interpretatie van regels en richtlijnen binnen regio’s en tussen regio’s, waardoor iets wat op de ene plek akkoord is in een andere regio wordt afgewezen (bijvoorbeeld: inrichting vluchtwegen, max. personendichtheid);
- Natuur- en milieuwetgeving zoals de stikstoftoets bij een Natura 2000-gebied en het moeten werken met herbruikbare bekers;
- Het steeds meer op papier moeten uitwerken hoe om te gaan met voorzienbare scenario’s, in plaats van hier alleen mondeling goede afspraken over te maken;
- Eisen als kortere opbouwtijden, vervroeging van eindtijden en lagere decibellen;
- Steeds meer zelf moeten doen, minder hulp van de gemeente bij zaken als verkeersmaatregelen, toezien op drukte en schoonmaken van de locatie.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Fysieke ruimte voor evenementen
We stelden onszelf op het ESI Jaarcongres de vraag: wat kunnen gemeenten doen zodat evenementen voldoende ruimte houden? Ruimte voor evenementen is te interpreteren als het beperken van de bovengenoemde regeldruk, maar ook het daadwerkelijk beschikbaar hebben van fysieke ruimte. Want veel steden hebben ambities om te vergroenen met parken en groenstroken op plekken waar eerst wegen en pleinen waren. En ze verdichten, met nieuwe woningen (hoogbouw) in het centrum, met nieuwe bewoners die niet gewend zijn aan het gebruikelijke omgevingslawaai van iconische evenementen. In het noorden en het oosten van het land komen steeds meer Randstedelingen wonen! Op het vrijhouden van fysieke ruimte is meer initiatief nodig en dat ligt echt bij de lokale politiek. Want het zijn de beleidskeuzes van colleges en raden die ervoor zorgen dat evenementen over 10 tot 20 jaar nog steeds die prominente plek mogen hebben in hun stad of dorp. Daar moet nu al over worden voorgedacht!
Lokale regeldruk aanpakken
Ook voor het verminderen van regeldruk ligt een deel van de bal bij gemeenten. Dit blijkt echter niet zo eenvoudig, zo bleek uit de discussies tijdens het congres. Over een deel van de regels waarmee evenementen worstelen gaan gemeenten niet. Denk aan Europese uitstootnormen voor stikstof en regels rondom ecocups. Of landelijke regelgeving op het gebied van beveiliging of cameratoezicht. Toch hebben gemeenten ook veel beleidsvrijheid en dat levert de verschillen op waar de branche soms last van heeft. Tegelijk vinden burgemeesters het van groot belang dat zij eigen keuzes kunnen maken, met inachtneming van de lokale context.
Regels door voortschrijdend inzicht
Een groot deel van die regels en voorschriften die gemeenten stellen worden door ‘techneuten’ bepaald: de vergunningverleners en hun adviseurs, professionals in hun vakgebied, die aangeven welke maatregelen zij nodig achten om het evenement veilig en ordelijk te laten verlopen. Deels zijn deze adviseurs eigen gemeentelijke medewerkers, deels zijn het adviseurs van hulpdiensten en andere externe partijen zoals een natuurbeheerder of een havenbedrijf. In de analyses die werden gemaakt tijdens dit congres en uit observaties in onze eigen praktijk, blijkt dat deze adviseurs hun werk naar eer en geweten doen. Nieuwe kennis en inzichten leveren bij hen soms nieuwe eisen op. Een incident bij een evenement (denk aan noodweer op diverse festivals, de brand op Tomorrowland of de brand in Crans-Montana) kan bij hen leiden tot de wens tot scherpere controles of om zaken beter op papier te krijgen. Niet zo gek, immers van dergelijke incidenten moet geleerd worden en als de gebeurtenis nog vers in het geheugen zit, is de kans op leren en verbeteren het grootst.
Onnodige eisen
Het komt helaas ook regelmatig voor dat lokaal gestelde regels onnodig verzwarend werken voor de organisatie of disproportioneel zijn voor een klein of middelgroot evenement. De oorzaak daarvan is ook niet eendimensionaal, zo bleek onder meer uit recent onderzoek in Noord-Nederland. Soms is een wisseling van vergunningverlener of adviseur de oorzaak; bij het ontbreken van beleid of een algemeen geaccepteerde set aan veiligheidscriteria kan dit zomaar leiden tot andere standpunten over wat nodig is. Soms speelt gebrek aan vertrouwen in de organisatie een rol; als hij vorig jaar steken heeft laten vallen kan dat reden zijn om eisen aan te scherpen. In andere gevallen is het gebrek aan vakkennis of wordt er door tijdsdruk simpelweg niet voldoende aandacht op maat aan een evenement besteed. Een opvatting die gemeenten en diensten lijken te delen, is dat meer afstand nemen van een evenement goed is voor de rolzuiverheid. Ook daar valt iets voor te zeggen. Het heeft echter soms wel als gevolg dat een organisatie soms bijna de totale verantwoordelijkheid krijgt voor een hele binnenstad, of dat een festival binnen de hekken geen enkele controle meer krijgt tijdens de uitvoering van politie of gemeente.
Zorgen uit de branche
De situatie zoals ik die hier beschrijf is denk ik heel herkenbaar voor wie zich met evenementen bezighoudt en het ESI Jaarcongres dit jaar heeft bezocht. Daar was ook een panel van brancheorganisaties die mijns inziens terecht hun zorgen uitten over oplopende regeldruk, de gevolgen van veranderend locatiebeleid en de oplopende stapeling van verantwoordelijkheden. Oplossingen waren moeilijker te formuleren. Een oproep die de VVEM in augustus 2025 deed in haar Manifest ‘Het Feest van de toekomst’, was om te komen tot een set van eenduidige landelijke vergunningscriteria voor evenementen. Hoe begrijpelijk deze oproep ook is vanuit organisatoren die door het hele land actief zijn, het past niet goed in de Nederlandse cultuur. In ons land is de burgemeester de baas over de lokale veiligheid. Kijk alle incidentevaluaties en inspectierapporten van de afgelopen 20 jaar over evenementen maar na en je zult zien dat de minister in reactie op rapporten telkens verwijst naar de burgemeesters om lering te trekken.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Evenementen: bewijs je waarde
Festivals, stadsfeesten, sportevenementen en culturele festiviteiten. Allemaal hebben ze een maatschappelijke meerwaarde. Om te ontspannen en onthaasten. Om mensen te ontmoeten die je normaal in je dagelijkse bubbel (een term uit de keynote van Hans Boutellier) niet tegenkomt. Om nieuwe dingen te proberen, te flirten en uit je dak te gaan. Om gemeenschapszin en historisch besef mee te krijgen over de plaats en de omgeving waarin je leeft. Om je grenzen te verleggen en ervaringen op te doen die je als mens laten groeien. Die je geluk brengen.
In plaats van in te zetten op landelijke regels voor gemeenten, kan de branche beter inzetten op het definiëren van haar maatschappelijke positie. Want we willen toch niet zonder evenementen komen te zitten? Beseffen de beleidsmakers zich wel wat de waarde is van “onze evenementen”? Dat is waar brancheverenigingen samen in kunnen optrekken.
De opdracht: definieer het “waarom”
Voor ieder evenement dat te maken heeft met regeldruk of afnemende fysieke ruimte ligt er een opdracht om zijn maatschappelijke waarde beter te definiëren. Want als regels toenemen en ruimte afneemt, moeten er voor gemeenten goede redenen zijn om meer ruimte te willen scheppen voor evenementen. Bijvoorbeeld door in ruimtelijk beleid locaties voor evenementen aan te wijzen, door deze locaties als zodanig in te richten, door intensief samen te werken met organisatoren om passende oplossingen te vinden en door op de dag zelf samen op te trekken om een veilig en prettig verloop te waarborgen. Dit past overigens prima bij de positie van de gemeente, want naast het waken over veiligheid en overlast heeft de gemeente ook als opgaves om de lokale economie te bevorderen, mensen in beweging te krijgen, cultuur naar de burger te brengen, bevolkingsgroepen (bubbels) met elkaar in contact te brengen en inclusie te bevorderen. Voor een gemeente kan een evenement dus heel goed passen bij een bredere strategie.
Verhaal uitdragen
Het “waarom” van het waarderen en ruimte scheppen voor evenementen zal per type evenement anders ingevuld moeten worden en juist daar ligt de opdracht voor de organisatoren zelf. Waarom is een marathon belangrijk voor je stad? Waarom moet een vrij toegankelijk, historisch dorpsfeest blijven bestaan? En waarom is ook dat meerdaagse muziekfestival van maatschappelijke waarde? Draag dat verhaal uit.
Niet ieder evenement is al zelf zo bewust bezig met zijn maatschappelijke waarde. Voor evenementen als carnaval, Koningsdag en bevrijdingsfestivals is dit verhaal eenvoudiger uit te dragen omdat de maatschappelijke betekenis al onderdeel is van de reden van het bestaan. Veel festivals hebben op dit gebied nog flinke stappen te maken. Bij veel van deze festivals heeft het consumentisme de afgelopen 30 jaar de boventoon gevoerd. Ondernemers en multinationals zijn erin gestapt om geld te verdienen. De bezoeker als consument krijgt wat hij wil (dure artiesten, bubbelbaden, grote shows) en betaalt daar flink voor. Maatschappelijk bijdragen lijkt nog niet op de agenda van alle festivals te staan. Hierbij moet gezegd worden dat de marges vaak gering zijn; zet je dus meer in op lokaal inkopen, ruimte scheppen voor bezoekers met een beperking of hergebruik van tentjes, dan zal dit kunnen drukken op het resultaat. Maar als deze festivals het “waarom” van hun maatschappelijke waarde niet goed weten in te vullen, zal er steeds zakelijker met hen worden omgegaan en kan voor hen wellicht als eerste de ruimte verdwijnen.
Tegelijk is ook voor sportevenementen, stadsfeesten en culturele evenementen de nood hoog om met gemeenten tot passende arrangementen te komen die hun voortbestaan garanderen en bij voorkeur ruimte bieden voor meer. Boutellier duidde het scherp in zijn keynote op het ESI Jaarcongres: het evenement kan de verbinder van groepen en versterker van de gemeenschap zijn, maar heeft zichzelf ook verschillende reflectievragen te stellen. Wanneer organisatoren een duidelijke maatschappelijke waarde van hun evenement weten te definiëren, dan kan dit leiden tot betere aansluiting op lokaal beleid en mogelijk ook tot financiële ondersteuning gericht op het bereiken van concrete maatschappelijke waarden.
Wat intussen ook nodig is
Ondertussen moet ook breder worden ingezet op factoren die iets kunnen bijdragen aan verlaging van de regeldruk. Te denken valt aan meer en betere veiligheidsrichtlijnen voor het organiseren van veilige evenementen, zodat lokale verschillen kunnen afnemen. Ik deed deze oproep inmiddels meermaals, onder andere aan de grote tafel van EB Live. Het volgen van vakopleidingen als basisvereiste voor vergunningverleners en medewerkers van adviserende diensten. Het maken van meerjarenbeleidskeuzes in de gemeente om evenementen een plek en steun te geven. En niet te vergeten: voldoende tijd en capaciteit bij gemeenten en diensten voor evenementen, zodat zij intensief samen met organisatoren op kunnen trekken. Want uit samenwerking ontstaat vertrouwen.