Door Drs. Ing. H.E. (Harold) Salomons
Senior Consultant CrowdProfessionals & Event Safety Institute
Zowel vanuit mijn voormalige betrekking bij de Nationale Politie, als tegenwoordig tijdens mijn werkzaamheden als consultant bij overheden geef ik veelvuldig advies op demonstraties of ondersteun ik organisaties inzake het op een juiste wijze uitvoeren daarvan. Het belangrijkste kader voor mijn advisering is de Wet Openbare Manifestaties (WOM) welke de bepalingen bevat betreffende de uitoefening van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en van het recht tot vergadering en betoging zoals vastgelegd in de Grondwet (Art. 9) en Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (Art.11). Dit recht vormt een essentiële pijler onder onze vrije samenleving en is er op gericht dat een ieder vrij is om samen met anderen een gezamenlijke gedachte te uiten op politiek of maatschappelijk gebied. Beperkingen aan dit recht moeten derhalve strikt worden geïnterpreteerd en de noodzaak van eventuele beperkingen dient overtuigend te worden vastgesteld.
Ondanks deze waarborgen vanuit de wetgever, zie ik in de praktijk toch regelmatig spanning ontstaan betreffende situaties waarbij (na overleg in de Driehoek) door een Burgemeester beperkingen worden oplegt aan demonstraties waarbij de bevoegdheden uit de WOM worden ingezet. Een voorbeeld daarvan betreft de mogelijkheden in de WOM om een verbod op gezicht bedekkende kleding bij een demonstratie op te leggen. Op grond van artikel 5 in combinatie met artikel 2 WOM kan de burgemeester vooraf als voorschrift bij een demonstratie een dergelijk verbod stellen ter voorkoming of bestrijding van wanordelijkheden. Tijdens de demonstratie kan de burgemeester op grond van artikel 6 in combinatie met artikel 2 WOM een verbod op gezicht bedekkende kleding als aanwijzing geven ter voorkoming of bestrijding van wanordelijkheden: Een dergelijk verbod ziet met name toe op het voorkomen dat mensen overtredingen/misdrijven kunnen plegen zonder dat zij herkenbaar zijn.
Dat dit verbieden mogelijk is wil echter nog niet betekenen dat het in alle gevallen ook moet worden opgelegd. Als het gebruik van gezicht bedekkende kleding een belangrijk onderdeel vormt van het esthetische aspect van een demonstratie en daarmee bijdraagt aan de ‘sfeer’ is het dragen van die kleding daarmee kennelijk bedoeld om de mening beter over te dragen en geniet deze in principe bescherming onder de WOM. Belangrijk is dus om te onderkennen dat niet alle gezicht bedekkende kleding per definitie gericht is op het voorkomen van de herkenbaarheid bij het plegen van overtredingen en misdrijven. Deelnemers aan een dergelijke demonstratie moeten zich natuurlijk wel op verzoek kunnen legitimeren als daar een op wet- of regelgeving gegronde basis voor bestaat cq bevoegdheid voor is verleend aan toezichthouders of politie, daarbij kan ook worden gevorderd om de maskers af te zetten om de identiteit te kunnen verifiëren. Bespreek voorafgaand aan de demonstratie deze werkwijze met de organisatie en leg deze afspraken goed vast.
Een ander regelmatig voorkomend voorbeeld van een, in mijn ogen, onjuiste uitleg van de WOM komt voort uit de inhoud van een demonstratie. Wanneer deze inhoud sterk afwijkt van de geldende norm of opvatting van (de meerderheid in) de samenleving, is al snel vanuit het publiek een roep om het verbieden van dergelijke demonstraties te horen. Het recht op het uiten van de mening is echter vrij, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de Wet. Dus zo lang een geuite mening niet strafbaar is gesteld, bijvoorbeeld omdat deze discriminerend of opruiend is, geldt de bescherming van de WOM. In dit verband verwijs ik ook naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), dat keer op keer in zijn rechtspraak bepaalt dat ook uitingen die choqueren, kwetsen of verontrusten, vallen onder de bescherming van de demonstratievrijheid. Dat bij dergelijke demonstraties een tegengeluid kan ontstaan vanuit het publiek zou niet moeten leiden tot het opleggen van verregaande beperkingen aan de demonstratie, hetgeen ik echter toch regelmatig waarneem in de praktijk.
In het geval van een dergelijke kwetsende/verontrustende demonstratie is het juist aan de overheid om ook die personen in staat te stellen om de mening te uiten zolang dit past binnen de kaders van de Wet. Een overheid moet daarbij faciliteren en dus bijvoorbeeld door middel van inzet van toezichthouders en politie zorgen dat de demonstranten in staat zijn en blijven om hun mening te uiten op de wijze zoals zij dat willen. Belangrijk is daarbij de wijze van uitvoering van dit toezicht, maak contact met de demonstranten en leg uit dat de aanwezigheid is om hen te beschermen en ondersteunen, niet (primair) om hen te controleren of te beperken. Een prachtig voorbeeld is de zogenaamde Vredeseenheid in de Eenheid Amsterdam van de Nationale Politie met gespecialiseerde medewerkers met ruime ervaring in het op een juiste wijze begeleiden van demonstraties. Door te faciliteren in plaats van te beperken stel je mensen pas echt in staat om in vrijheid van hun grondrecht gebruik te maken!