Door Syan Schaap
Het begrijpen van het gedrag van crowds is essentieel om effectief met crowds te kunnen communiceren en hen op een goede manier te kunnen managen. Crowd-psychologen uit het Verenigd Koninkrijk, continentaal Europa en verschillende wetenschappers uit andere delen van de wereld kwamen twee inspirerende dagen samen om te bespreken wat we nog meer moeten weten over crowds. In deze blog delen we een aantal van de belangrijkste inzichten, met focus op conflictueuze crowds, zoals demonstranten.
Op 27 en 28 augustus 2026 vormde de University of St Andrews in Schotland het decor voor de tweedaagse conferentie CP3: Crowds, Psychology, Policy and Practice. De conferentie werd georganiseerd door de gerenommeerde Steve Reicher (University of St Andrews), John Drury (University of Sussex), Anne Templeton (University of Edinburgh) en Sara Vestergren (University of Reading).
Dat meer dan 40 crowd-wetenschappers bijeenkwamen, maakte de conferentie op zichzelf al bijzonder. Daarnaast waren enkele tientallen professionals uit publieke en private organisaties die met crowds werken aanwezig. De conferentie had als doel om de huidige stand van het onderzoek naar crowd-psychologie te bespreken en gezamenlijk te verkennen welke richting het vakgebied in de toekomst op zou moeten gaan. Daarbij werd het onderwerp vanuit zowel een wetenschappelijk als een praktisch perspectief benaderd. Drie vragen stonden tijdens de conferentie centraal:
- Wat weten we?
- Wat weten we niet?
- Wat moeten we weten?
In deze blog bespreek ik een aantal onderwerpen die mij persoonlijk bijzonder interesseerden. Tijdens de twee dagen is uiteraard veel meer besproken, maar met deze blog willen we onze lezers meenemen in enkele van de belangrijkste inzichten. Daarbij richt ik me specifiek op wat de conferentie heeft bijgedragen aan onze wetenschappelijke kennis over conflictueuze crowds.
Conflictueuze menigten: wat weten we?
Steve Reicher en verschillende andere sprekers tijdens de conferentie benadrukten hoe ver we zijn gekomen sinds de theorieën van Le Bon de studie naar crowds domineerden. Zijn boek The Crowd: A Study of the Popular Mind, dat in 1895 werd gepubliceerd, weerspiegelde de destijds heersende opvatting dat menigten een gevaar in zichzelf vormden. In die periode gingen mensen regelmatig de straat op om te protesteren tegen de manier waarop zij door hun werkgevers in fabrieken werden behandeld of vanwege een gebrek aan sociale zekerheid. Deze protesten liepen regelmatig uit de hand, waardoor crowds tegenover de politie kwamen te staan. Deze context lijkt van invloed te zijn geweest op de theorie die Le Bon vervolgens ontwikkelde. Hij stelde dat individuen hun rationaliteit zouden verliezen zodra zij onderdeel werden van een menigte. Ze zouden terugvallen in primitief gedrag en dingen doen die ze als individu normaal gesproken nooit zouden doen. Bovendien zouden emoties binnen een menigte besmettelijk zijn, waardoor mensen steeds meer vatbaar zouden worden voor primitief en onbewust gedrag. Hierdoor zouden ze behoefte hebben aan leiders die hen richting geven.
Hedendaags onderzoek naar crowd-psychologie heeft aangetoond dat deze ideeën achterhaald en op sommige punten onjuist zijn. De dominante benadering van vandaag is het Social Identity Model. Deze theorie stelt dat crowds over het algemeen rationeel en doelgericht handelen. Wanneer mensen samen handelen, ontwikkelen zij een gevoel van gedeelde identiteit en proberen zij hun handelen op elkaar af te stemmen. Wanneer dat nodig is, zullen ze elkaar helpen.
Wanneer de politie of andere autoriteiten een crowd echter behandelen als een irrationele en gevaarlijke groep, kunnen de leden ervan een gedeelde identiteit ontwikkelen vanuit het idee dat zij een gemeenschappelijke vijand hebben. Vervolgens kunnen zij vanuit die gedeelde identiteit gaan handelen. Wanneer mensen daarentegen goed worden geïnformeerd en met respect worden behandeld, wanneer rekening wordt gehouden met hun behoeften en zij de ruimte krijgen om hun normen en waarden te uiten, kan een psychologische crowd juist zeer effectief zijn.
Conflictueuze crowds: wat weten we niet?
De afgelopen decennia heeft veel sociaalpsychologisch onderzoek zich gericht op conflictueuze crowds. Dat is begrijpelijk: juist voor dit type crowds hebben zowel wetenschappers als professionals een sterke behoefte aan meer inzicht in de intenties van de crowd, de processen die zich binnen een crowd afspelen en de manier waarop crowds reageren op interventies van autoriteiten. Veel van deze protesten hadden een maatschappelijke agenda, waardoor veel crowd-psychologen zich bovendien sterk met deze groepen verbonden voelden.
Op dit moment zien we in verschillende landen een golf van protesten rond thema’s als immigratie en globalisering. De demonstranten hebben uiteenlopende achtergronden en lijken op andere manieren georganiseerd te zijn. Ook hun relatie met autoriteiten lijkt soms complexer dan die van bijvoorbeeld demonstranten die opkomen voor sociale hervormingen. Sommigen hebben weinig vertrouwen in de overheid, terwijl anderen zich bezighouden met complottheorieën. Media en wetenschappers worden door deze groepen bovendien soms gezien als ‘onderdeel van het systeem’ waartegen zij zich verzetten.
Deze factoren maken het moeilijker om duidelijke wetenschappelijke inzichten te verkrijgen in de crowd-psychologie van deze, zoals ze vaak worden genoemd, ‘rechtse’ demonstranten. Ook het feit dat sommige crowd-wetenschappers deze protesten als immoreel beschouwen, speelt hierbij een rol. Tegelijkertijd is het belangrijk om te benadrukken dat dergelijke crowds vanuit verschillende politieke richtingen kunnen ontstaan, goed georganiseerd kunnen zijn en een duidelijke ideologische agenda kunnen hebben. Maar binnen dezelfde crowd kan ook een grote groep bezorgde burgers aanwezig zijn die helemaal geen gedeelde ideologie heeft. Juist dat is hetgeen wat we nog niet weten.
Een ander vraagstuk waarover we nog meer kennis nodig hebben, is hoe we wetenschappelijke inzichten effectiever kunnen vertalen naar de dagelijkse praktijk. Hoe kunnen we wetenschappelijke theorie omzetten in praktische opleiding en training? En hoe kunnen we deze inzichten gebruiken om beleidsmakers beter te informeren, met name wanneer snel handelen noodzakelijk is? Tijdens de coronapandemie werden verschillende sociaalwetenschappers gevraagd om de Britse overheid te ondersteunen. Sommigen van hen zijn daar nog steeds bij betrokken, bijvoorbeeld wanneer protesten uitgroeien tot crises die om een reactie van de overheid vragen.
Tekst gaat verder onder de afbeelding.
Wat moeten we weten over conflictueuze menigten?
Tijdens de discussies kwamen verschillende blinde vlekken in onze huidige kennis over het gedrag van crowds naar voren. Sommige daarvan waren algemeen van aard, terwijl andere specifiek betrekking hadden op conflictueuze crowds. Een belangrijk aandachtspunt is de behoefte aan meer inzicht in de digitale wereld waarin crowds zich steeds vaker vormen. De tijd waarin Twitter en Facebook het sociale medialandschap domineerden, ligt inmiddels ver achter ons. Het aantal platforms en de mogelijkheden die zij bieden voor interactie zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen. Vooral jongeren lijken tegenwoordig in twee parallelle werelden te leven: een digitale en een fysieke. Deze ontwikkeling heeft vergaande gevolgen, waarvan professionals en beleidsmakers uit oudere generaties zich mogelijk niet altijd bewust zijn.
Ook sociale wetenschappers lijken sociale media nog voornamelijk te zien als een middel om mensen te mobiliseren, en minder als een parallelle werkelijkheid op zichzelf. Daarom is meer inzicht nodig in de manier waarop sociale identiteiten zich in de digitale wereld vormen en welke invloed dit heeft op het gedrag van conflictueuze crowds.
Een ander onderwerp dat meer aandacht verdient, is het beter begrijpen van crowds van binnenuit. Door een specifieke menigte grondiger te doorgronden, kunnen crowd-psychologen beter duiden wat er tijdens een protest gebeurt. Dit biedt ook achteraf de mogelijkheid om beter te analyseren hoe een situatie zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld. Een dergelijk verdiepend inzicht stelt crowd-psychologen bovendien in staat om beleidsmakers en professionals beter te ondersteunen. Zij kunnen gerichtere richtlijnen en adviezen geven over de manier waarop verschillende typen crowds het beste en op een meer gedifferentieerde manier kunnen worden benaderd.
Engagement
Een opmerking die ik bijzonder interessant vond, was het voorstel om de term ‘crowd management’ niet langer te gebruiken wanneer we het gedrag van crowds willen beïnvloeden door een relatie op te bouwen of zelfs een gedeelde identiteit te creëren. In veel landen roept de term ‘crowd management’ sterke associaties op met veiligheidsmanagement en strategieën gericht op crowd control. Daarom werd voorgesteld om in dit soort situaties te spreken van ‘crowd engagement’, wanneer er een strategie wordt ontwikkeld die erop gericht is het vertrouwen en de betrokkenheid van een menigte te winnen, zodat mensen bereid zijn samen te werken en zich achter gezamenlijke doelen te scharen.
Vervolgstappen
We zullen ongetwijfeld nog meer horen van de initiatiefnemers van deze CP3 conferentie. Ondertussen gaan wij onze driedaagse cursus Crowd Psychology verder ontwikkelen en verwerken we daarin de nieuwste inzichten die we tijdens de conferentie in St Andrews hebben opgedaan.
Binnenkort verschijnt daarnaast een aanvullende blog waarin we ingaan op de belangrijkste inzichten uit de conferentie over het gedrag van niet-conflictueuze crowds.