Waarom zijn er vaak te weinig toiletten op evenementen in Nederland?

Waarom zijn er vaak te weinig toiletten op evenementen in Nederland?

Een blog geschreven door Syan Schaap

Ophef over het aantal toiletten dat de gemeente Amsterdam plaatste tijdens Koningsdag. De gemeente gaf op navraag van AT5 aan dat ze 428 plasplekken had geplaatst, waarvan slechts 16 geschikt voor vrouwen. Overige toiletten werden door de horeca zelf verzorgd. Desgevraagd reageerden bezoekers furieus, bleek ook de middenstand de situatie beu en inmiddels heeft de SP raadsvragen gesteld. Maar hoe bepaal je nu eigenlijk hoeveel toiletten je op een evenement nodig hebt?

Het is een veel voorkomend discussiepunt: het aantal toiletten dat voor bezoekers op een evenement aanwezig zou moeten zijn. Met name op evenementen waar de lokale horeca de organisator is, wordt vaak verondersteld dat in de horecagelegenheden zelf toch wel genoeg toiletten zouden zijn voor de bezoekers. De andere kant van deze oplossing is dat alle horeca te maken krijgen met ‘plaspubliek’, mensen die alleen een bezoek brengen aan het café of restaurant om er hun behoefte te doen. Juist dit roept nu veel negatieve reacties op in Amsterdam, blijkt uit mediaberichten.

Ongeacht de ideeën die de organisator over het vraagstuk heeft, kan ook de GHOR de gemeente advies geven over het benodigde aantal toiletten op een evenement. Die baseert zich op de normen van het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid (LCHV) uit 2016. De LCHV-norm begint met het benoemen van relevante factoren die bepalend zijn voor het benodigde aantal toiletten zoals: het aantal bezoekers, de samenstelling van het publiek, de gemiddelde verblijfstijd en de verwachte piekdrukte. Ook wordt het consumptieve gedrag genoemd als factor van betekenis. Vervolgens noemt het LCHV een norm van 1 toilet op 150 bezoekers. Het merkt op dat dit een oude norm is die voor discussie vatbaar is, maar komt nog niet met een alternatief.

Het makkelijke van een norm is natuurlijk dat die lekker plat is. Door het toepassen van de bovengenoemde norm op een evenement, kan het aantal toiletten eenvoudig worden uitgerekend. Trek daarvan af het aantal toiletten in de omliggende horeca en hier heb je het antwoord op de vraag hoeveel toiletten je op een evenement nodig hebt.

Logisch? Nee, toch niet. Los van het feit dat er altijd horeca zijn die alleen na het nuttigen van een consumptie mensen naar het toilet laten gaan, is de norm ook veel té plat. De norm geeft overigens aan dat 75% van de herentoiletten door urinoirs vervangen mogen worden. Maar daarmee wordt niet bedoeld dat 75% van alle toiletten urinoirs mogen zijn, wat blijkbaar in Amsterdam het geval was.

De nieuwste versie van de Britse Purple Guide geeft in hoofdstuk 18 Sanitation een tabel waarmee je iets beter kunt bepalen wat bij benadering het aantal toiletten is dat je op een evenement nodig hebt. De tabel die in deze Guide te vinden is maakt een onderscheid tussen de behoeften van vrouwen en mannen. Ook neemt de Guide de duur van het evenement en de mate waarin alcohol en/of voedsel wordt geserveerd mee. Het levert een meer gedifferentieerd beeld op.

Damestoiletten Herentoiletten
Evenementen die minder dan 6 uur open zijn 1 op 100 1 op 500, plus 1 urinoir per 150 bezoekers
Evenementen van 6 uur of meer waar weinig of geen alcohol of voedsel wordt geserveerd 1 op 85 1 op 425, plus 1 urinoir per 125 bezoekers
Evenementen van 6 uur of meer waar veel alcohol of voedsel wordt geserveerd 1 op 75 1 op 400, plus 1 urinoir per 100 bezoekers
Campings op grote evenementen, waar de behoefte aan wc’s hoger is en urinoirs lager 1 op 75 1 op 150, , plus 1 urinoir per 250 bezoekers

(Bron: The Purple Guide, www.thepurpleguide.co.uk)

Als we deze getallen vergelijken met de norm in Nederland, komen we op sommige evenementen lager en op veel andere hoger uit dan nu het geval is. Bijvoorbeeld:

  • een dichtwedstrijd van 4 uur op een podium op een plein met 50/50 verdeling in mannen en vrouwen en 250 bezoekers komt uit op 1 damestoilet en 2 urinoirs;
  • een food truck-evenement van 8 uur met gelijktijdig maximaal 2000 bezoekers en een 50/50 verdeling van mannen en vrouwen komt uit op 13 damestoiletten, 2 of 3 herentoiletten en 10 urinoirs;
  • een cultureel festival van 10 uur met 500 bezoekers zonder noemenswaardige alcohol- of voedselconsumptie met 40/60 verdeling in mannen en vrouwen komt uit op 2 damestoiletten, 1 herentoilet en 3 urinoirs;
  • een rockfestival van twee dagen met 20.000 bezoekers, 65/35 verdeling in mannen en vrouwen, met camping waar 10.000 bezoekers overnachten komt uit op 33 herentoiletten, 130 urinoirs en 93 damestoiletten op het festivalterrein, plus 43 herentoiletten, 26 urinoirs en 47 damestoiletten op de camping.

Ter vergelijking: met de LCHV-norm zou het resultaat als volgt zijn geweest.

  • Dichtwedstrijd: 2 toiletten, waarvan 1 urinoir;
  • food truck-festival: 13 toiletten, waarvan 5 urinoirs;
  • cultureel festival: 3 toiletten waarvan 2 urinoirs;
  • rockfestival: 133 toiletten op het festivalterrein waarvan 65 urinoirs, 67 op de camping waarvan 33 urinoirs.

Tel daarbij op dat de dichtwedstrijd, het food truck-evenement en het culturele festival waarschijnlijk in de binnenstad plaatsvinden en daardoor aannemelijk maken dat de horeca een groot deel van de toiletvoorzieningen ter beschikking stelt, en voilà: de verklaring voor het tekort aan fatsoenlijke toiletten op evenementen in Nederland is gevonden.

Volgens mij is het hoog tijd voor een herziening van de Nederlandse norm, zodat we bezoekers beter servicen en minder overlast van wildplassers veroorzaken in de omgeving van evenementen. Dit vereist van organisatoren ook een betere inschatting van publiek qua aantallen, profiel en piekdrukte, wat meer maatwerk mogelijk maakt en uiteindelijk op meerdere vlakken positief kan uitpakken.

Meer nieuws ›