Door Julie Carlier
Je ziet ze bij elk groot festival, stadsfeest, sportevenement of grootschalig protest; mensenmassa’s. Jong, oud, religieus, niet-religieus, voor een sport, voor de muziek of gewoon voor de gezelligheid. Recent onderzoek van Gu, et al. (2025) biedt een nieuw kwantitatief en fysiologisch inzicht in de bewegingen binnen mensenmassa’s met hoge dichtheden. We bespreken deze nieuwe inzichten en in hoeverre deze te verklaren zijn vanuit sociologische theorieën over crowds. Wat betekent dit voor het crowd management op massa-evenementen?
De kwantitatieve benadering van mensenmassa’s
In het artikel ‘Emergence of collective oscillations in massive human crowds’ benaderen Gu, et al., 2025 grote menigten op een kwantitatieve manier. In het artikel wordt gesteld dat de dynamiek in mensenmassa’s met grote dichtheden, in een beperkte ruimte, tot zeer gevaarlijke situaties kan leiden, zoals verdrukking. Voorheen werd in wetenschappelijk onderzoek vooral gebruik gemaakt van heuristische modellen waarbij een interactie tussen kleine groepen individuen onderzocht wordt, maar niet wordt gekeken naar hoe deze mensenmassa’s zich bewegen. In dit paper stellen de onderzoekers een mechanische kwantitatieve theorie op, aan de hand van observaties en beelden van het San Fermin Festival in Pamplona en de Love Parade in Duisburg. De onderzoekers ontdekten middels de beelden van deze evenementen dat menigten zich niet lineair bewegen ten opzichte van elkaar, maar middels zogenoemde ‘chirale oscillatoren’. Deze beweging uit zich in een niet-symmetrische draaiende rotatie, wat zowel naar links als naar rechts kan bewegen. De onderzoekers namen deze spontane beweging waar bij duizenden bezoekers, zonder dat er sprake was van externe stimuli zoals een leider of startsignaal. Het doel van dit onderzoek was om een strategie te ontwikkelen om de verplaatsing van mensenmassa’s met hoge dichtheden waar te nemen en te anticiperen op de groepsdynamiek.
Draaiende patronen
De conclusie van het onderzoek is dat de loopstromen in mensenmassa’s niet chaotisch zijn, maar periodiek en chiraal (draaiend) op sommige plekken. Het onderzoek wijst uit dat wanneer de piekdrukte in een gebied bereikt is, er een oscillatie ontstaat die ongeveer 18 seconden duurt. De overgang van een lineair bewegende menigte naar een menigte die zich in deze draaiende beweging moet verplaatsen is duidelijk zichtbaar, en daarmee te voorkomen. De draaiende beweging kan namelijk zorgen voor zogenoemde ‘crowd quakes’. Dit zijn periodieke momenten waar de dichtheid van de menigte zo hoog is, dat mensen onvrijwillig verplaatst worden richting een bepaalde kant. Hierbij duwen ze tegen elkaar aan en is er een kans dat ze omvallen. Deze druk verplaatst zich als het ware als een golf door de menigten. Een dergelijke golfbeweging heeft in meerdere gevallen geleid tot vele gewonden en zelfs dodelijke slachtoffers in dichte crowds.
Door een sociologische bril
Het artikel van Gu, et al. (2025) bespreekt het fysiologisch verloop van de bewegingen in een mensenmassa tijdens een bijeenkomst zoals een festival of concert. Het geeft niet echt een verklaring voor waarom mensen zich zo gedragen. Daarom bespreken we of diverse sociologische theorieën inzicht kunnen geven in de dynamiek van de mensenmassa en mogelijke verklaringen bieden voor het ontstaan van de oscillaties.
Te beginnen met de Contagion Theory van Le Bon (1891). Deze theorie gaat over het fenomeen dat een individu zijn gevoel van autonomie verliest wanneer hij tot een groep toetreedt. Hij zal dan eerder impulsief en ongeremd gedrag vertonen (Savage, 2021). Het gedrag van één individu in de groep kan aanstekelijk werken voor de rest van de groep. Het individu beschikt niet meer over een rationele denkwijze of zelfreflectie, waardoor hij als het ware opgezogen wordt door de massa. Vanuit deze theorie beschouwd, zouden individuen in een dichte menigte impulsief besluiten om de massa te volgen en hier geen volledig rationele reden voor hebben. Je volgt de massa omdat de massa jou meevoert.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Een manier van denken die hier wel wat op lijkt komt naar voren in de Herding Behaviour Theory van Raafat, et al. (2009). De oscillaties die ontstaan in een mensenmassa, kunnen veroorzaakt worden door zogenoemd kuddegedrag. Met dit fenomeen wordt gedoeld op de neiging van mensen om hun gedrag te spiegelen aan dat van anderen, zonder dat daar aansturing aan gegeven wordt (Raafat, et al., 2009). Het referentiekader van mensen kan bepaald worden door de verhalen, aanbevelingen of overtuigingen van anderen. Een individu spiegelt zich hieraan en kan zich, door de cohesie die ontstaat binnen die groep, laten leiden door anderen (Kameda & Hastie, 2015). De massa volgt elkaar en een individu in de massa zal, in het geval van verplaatsing door een massa, geen beslissingen nemen die contrair zijn aan die van de massa.
Het is in dit kader ook interessant om een onderscheid te maken tussen daadwerkelijke dichtheden en de veiligheidsbeleving van participanten. Daniel Stokols (1972) maakte in zijn onderzoek het onderscheid tussen objectieve dichtheid en subjectieve crowding. Objectieve dichtheid geeft bijvoorbeeld aan hoeveel bezoekers zich bevinden in een vierkante meter en subjectieve crowding kijkt naar de beleving van de objectieve dichtheid, waarbij de beleving af kan hangen van individuele kenmerken, culturele context, ruimtelijke kenmerken en sociale relaties (Stokols, 1972). Wanneer bezoekers van het San Fermin Festival bevraagd worden over hun beleving van de drukte, zullen zij waarschijnlijk geen onveilig gevoel hebben ervaren. Ze voelden zich mogelijk verbonden met de menigte en het evenement. Het festival had wel degelijk een hoge objectieve dichtheid, maar de subjectieve crowding was daarmee lager.
De Social Identity Theory van Tajfel & Turner (1979) geeft tevens een verklaring voor een verschil tussen subjectieve en objectieve veiligheid in een massa. Deze theorie stelt dat mensen hun identiteit aanpassen aan de sociale groep waartoe zij zich verbonden voelen. Het individu past daarmee zijn gedrag, normen en waarden aan op die van de groep, waardoor een sterke onderlinge verbondenheid ontstaat. Het zogenoemde “wij-zij denken” wordt hiermee versterkt. Een voorbeeld van hoe de Social Identity Theory invloed kan hebben op de veiligheidsbeleving tijdens een evenement wordt in een onderzoek van John Drury gegeven. Hij deed onderzoek naar de Hadj, een jaarlijkse religieuze pelgrimstocht die eindigt in Mekka en gemiddeld 2,5 miljoen pelgrims trekt. Elk jaar overlijden honderden pelgrims door voornamelijk hitte en verdrukking. Drury stelt dat bij de Hadj mensen zich door een hoge mate van gedeelde sociale identiteit veiliger voelen. Ook verwachten ze hulp van mensen om zich heen (Alnabulsi, et al., 2018). Dit geeft aan dat de subjectieve veiligheid hoger is dan de objectieve veiligheid bij dit evenement.
We volgen de massa
De hier behandelde sociologische theorieën dragen bij aan het begrijpen van het ontstaan van grote mensenmassa’s en het gedrag dat deze massa vertoont. De theorieën stellen dat het individu onbewust ‘gestuurd’ wordt door de grote massa of er bewust voor kiest om de massa te volgen, en daarbij niet meer zuiver autonome beslissingen neemt. De theorieën verschillen wel in de verklaring voor dit fenomeen. Waar LeBon en Raafat met name benadrukken dat de individuele wil en identiteit buiten spel wordt gezet, is in de theorie van Stokols en Drury vooral de sociaal-psychologische context van belang: mensen gaan met de massa mee omdat ze zich identificeren met de massa, mensen om zich heen vertrouwen en steun verwachten. Fysieke krachten in een massa kunnen hier uiteraard ook een rol in spelen: als de krachten in de menigte schuin naar links afbuigen, is het erg moeilijk om zich als individu naar rechts te begeven. Het lijkt er dan ook op dat mensen in een massa nog wel nadenken maar rekening houdend met hun beperkte fysieke mogelijkheden, besluiten om een menigte te volgen die veilig en vertrouwd lijkt en waarvan men hoopt dat het doel ermee wordt bereikt. Omwille van deze redenen kunnen in de mensenmassa diverse oscillaties ontstaan.
Toepassing op crowd management bij evenementen
Het model van Gu et al. (2025) biedt een wetenschappelijk model dat toegepast kan worden bij het verklaren van het fysiologisch verloop van groepen in de mensenmassa’s. De sociologische theorieën zijn al veelvuldig toegepast op grote mensenmassa’s en richten zich vooral op de verandering van het gedrag van het individu wanneer hij of zij zich bevindt in een mensenmassa. Een combinatie van de fysiologische en sociologische benaderingen kan bijdragen aan een veiliger verloop van grote mensenmassa’s.
Wat kunnen we doen?
Zoals eerder benoemd kunnen oscillaties leiden tot ‘crowd quakes’. Deze golfbewegingen hebben grote impact op de veiligheid van de mensen in de massa. Middels drie maatregelen kan dit risico mogelijk verkleind worden. Ten eerste, wanneer een organisator en andere relevante diensten zich bewust zijn van het collectieve gedrag of de gedeelde identiteit van de mensenmassa, kan de manier van communiceren aangepast worden op deze specifieke groep en daarmee een groter bereik tot gevolg hebben. Ten tweede kan de monitoring op en detectie van oscillaties bijdragen aan het vroegtijdig ingrijpen op het verloop van de menigte. Doordat het onderzoek van Gu et al. (2025) handvatten geeft om de risicovolle oscillaties te herkennen en te meten, kan personeel van cameratoezicht of beveiliging dit mogelijk beter waarnemen. Daarbij is het wel van belang dat personeel goed getraind wordt op het detecteren van deze oscillaties en het inschatten van de drukte in menigten. Als laatste maatregel kan de inrichting van de ruimte bijdragen aan het voorkomen van oscillaties, bijvoorbeeld door het beheersen van de maximale veilige capaciteit van een locatie, het bieden van voldoende brede looproutes, het waar mogelijk voorkomen van tegengestelde stromen en het goed aanduiden van wenselijke looproutes.
Natuurlijk bieden bovenstaande maatregelen geen garantie voor succes, maar hopelijk biedt het nieuwe inzicht van Gu et al. meer handvaten om de crowd veilig op evenementen te managen.