Natuurlijk, een afwegingskader bij evenementen

Natuurlijk, een afwegingskader bij evenementen

Roelf Pot en Rik Voogt, Event Safety Institute

De criteria die bij de vergunningverlening voor evenementen moeten worden gewogen omvatten ook de mate van geschiktheid van de locatie. We zijn er aan gewend om naast de capaciteit in relatie tot veiligheidsaspecten ook de omgevingsgerichte aspecten in relatie tot de belasting van het woon- en leefklimaat af te wegen.

Sinds 1 januari 2017 is de wet natuurbescherming van kracht die de reikwijdte van het begrip omgevingsrechtelijke aspecten in de context van evenementen een bredere lading lijkt te geven. De wet Natuurbescherming vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Volgens de Wet Natuurbescherming mogen er onder meer geen negatieve effecten  worden toegebracht aan beschermde vogels . Bij het organiseren van een evenement  in de buitenlucht kan deze wet een rol gaan spelen. Niets nieuws onder de zon; dat gold ook voor de vroegere wettelijke regelingen.

Provincie bevoegd gezag
Op grond van de Wet natuurbescherming zijn de provincies bevoegd gezag voor het verlenen van vergunningen, het toezicht en de handhaving van de Wet natuurbescherming. Het is de Provincie die beoordeelt of een activiteit voldoet aan het toetsingskader uit de Wet natuurbescherming, het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming, maar het is de gemeente die hierin per 1 januari 2017 een belangrijke vroegtijdige signaleringsfunctie heeft. De rol die gemeenten hebben bij de wettelijke bescherming van plant- en diersoorten wordt daarmee  steeds groter; ook bij evenementen.

Zo bleek er onlangs in Twente een broedend koolmeespaartje genesteld te zitten in een enorme stapel brandhout die met de paasdagen traditioneel ontstoken zou worden. De koning te rijk op een reusachtig nest. Volgens de organisatie van het paasvuur was er hoe dan ook geen sprake van dat alsnog de vlam er in zou gaan.

In Amersfoort is onlangs een gezins-survivalrun  gecanceld omdat op diverse plaatsen vlak langs  het parcours een aantal broedende kieviten zijn vastgesteld. Na lang overleg met het bevoegde gezag luidde de conclusie dat doorgang tot niet acceptabele verstoring zou leiden; een economisch delict.

In beide gevallen was de evenementenvergunning ruim van te voren aangevraagd, het beoordelingstraject doorlopen, het evenement vergund en dan ineens ruist er iets door het struikgewas…

De Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland en Natuureducatie en Duurzaamheid Zuid-Kennemerland maakten bezwaar bij de gemeente tegen de vergunning voor het evenement Mud Masters in Vijfhuizen. De gemeente heeft het bezwaar afgewezen omdat naar haar oordeel voldoende preventieve maatregelen zijn genomen.

Bescherming inheemse vogels

De bescherming van wilde, inheemse vogels krijgt  vorm door bepaalde nadelige handelingen wettelijk te verbieden, waaronder het opzettelijk storen van vogels. Of er sprake is van de aanwezigheid van beschermde soorten op een specifieke locatie kan worden bepaald aan de hand van de zogenaamde effectenindicator soorten van het Ministerie van Economische Zaken.[1] Deze indicator leert dat het kan gaan om verstoring door geluid, kunstmatig licht, trillingen, zichtbare beweging en mechanische effecten.

Het is niet ondenkbaar is dat een hardcore muziekfestival  in het buitengebied met zo’n 30.000 bezoekers, dik 12 uur feest tot in de kleine uurtjes, tegen de maximale geluidsnormering aan hangende beats, frequent bezochte barvoorzieningen en een friturende cateraar aanleiding kan geven voor verstorende factoren.

Verstoring
Van daadwerkelijke verstoring is  sprake als de genoemde oorzaken leiden tot vluchtgedrag en eventueel uit het leefgebied verdwijnen van aanwezige beschermde soorten. Het betreft dan  verstoringen die van “wezenlijke invloed” zijn op de staat van instandhouding van de soort. Bij vogels is verstoring tijdens het broedseizoen bijvoorbeeld niet langer verboden als de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar is. Het gaat dus om meer dan enkel de aanwezigheid van een vogel.

Of sprake  is van wezenlijk verstorende invloed hangt namelijk sterk af van de populatie van de diersoort. Enkel een ecoloog kan dit bepalen als daarbij de lokale, regionale, landelijke populatie als referentiekader wordt gehanteerd. Hoe zeldzamer de soort hoe groter de kans dat naar bijvoorbeeld de aanwezige lokale populatie moet worden gekeken. Wanneer blijkt dat er schadelijke effecten te verwachten zijn dan is het zaak dat een initiatief zodanig wordt aangepast dat er geen sprake meer is van schadelijke effecten.

Een tijdelijk effect wordt over het algemeen niet als van wezenlijke schadelijke invloed beschouwd. Aangenomen wordt dat bij een tijdelijke verstoring  de populatie zich gemakkelijker kan herstellen dan wanneer het gaat om een aanhoudend negatief effect. Voor de duidelijkheid; de tijdelijkheid ziet hier op het vluchten en terugkeren c.q. herstel van de betreffende soort; niet op de duur van de tijdelijk verstorende oorzaak. Als een populatie het effect niet zelf teniet kan doen is de kans dus groter dat het effect als wezenlijke invloed moet worden aangemerkt.

Opzet
Maar is er dan sprake van opzettelijk verstoren? Handelingen die niet opzettelijk worden verricht vallen immers niet onder een verbod dat een opzetvereiste kent. Onder opzet moet echter ook voorwaardelijke opzet worden begrepen. Bij voorwaardelijk opzet verricht iemand een handeling waarbij hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedraging leidt tot overtreding van het verbod op het verstoren van dieren, ook als een kwade intentie bij hem ontbreekt. Hoe dit kan worden bewezen hangt af van de omstandigheden van het geval.

Opzet wordt in ieder geval aangenomen wanneer sprake is van kennis van de aanwezigheid van een beschermde diersoort en het toch doorzetten van een mogelijk schadelijke handeling[2]. Geen sprake van opzet is er bijvoorbeeld wanneer het geen feit van algemene bekendheid dat er een aanmerkelijke kans is dat edelherten verontrust zouden worden door een laagvliegende drone[3].

Het is in ieder geval zaak om onverwachte situaties zo veel mogelijk te voorkomen en bij de vergunningverlening  voor evenementen in het proces ook oog te hebben voor de regulering rond de bescherming van flora en fauna.  De genoemde soortenindicator is daartoe een zeer bruikbare tool. Op basis van concrete afspraken  kan in de samenwerking tussen organisator en bevoegde gezagen al vroegtijdig bepaald worden of er sprake is van mogelijke schadelijke verstoring in het licht van de Natuurbeschermingswet.  Heel belangrijk want wat als uit onderzoek alsnog blijkt dat het schrappen van het evenement een te harde maatregel was en er andere oplossingen voorhanden waren? Kan de organisator de optredende economische schade dan verhalen op het bevoegd gezag?

[1] https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicatorsoorten2016.aspx?subj=soorten

[2] HvJEU 30 januari 2002, C-103/00

[3] ECLI:NL:RBMNE:2016:4968

Heeft u vragen n.a.v. deze blog? Neem contact met ons op via 085-401 81 22.

Meer nieuws ›