Leges voor evenementenvergunningen, kostendekkend of drempelverhogend?

Leges voor evenementenvergunningen, kostendekkend of drempelverhogend?

Hoe komen de leges voor een evenementenvergunning tot stand en wat zijn de randvoorwaarden voor gemeenten om de hoogte van deze leges te bepalen? Het lijkt erop dat het opwerpen of juist wegnemen van een drempel om evenementen te organiseren vaak meer doorslag geeft dan de daadwerkelijke kosten die de gemeente aan de dienstverlening maakt.

Voor het aanvragen van een evenementenvergunning bij een gemeente zijn in de regel leges verschuldigd. Deze leges worden geheven voor het gebruik maken van de door de gemeente verstrekte diensten, in deze casus de behandeling van de vergunningaanvraag. Deze legeskosten zijn dus opgebouwd uit de tijd die noodzakelijk is voor het beoordelen, het verkrijgen en/of verstrekken van advies, het uitvoeren van een risicoanalyse, doorleefsessie en andere relevante taken die verband houden met de beoordeling van de aanvraag.

Kaders voor het stellen van leges

Leges mogen alleen kostendekkend zijn, er mag dus geen winst op worden gemaakt. Dit betekent dat op basis van het redelijkheidsbeginsel de hoogte van de leges in verhouding moet staan tot de kosten die de overheid daadwerkelijk maakt voor het verlenen van de dienst waarvoor de leges worden geheven. Het mag ook niet dusdanig hoog zijn dat het een onredelijke last voor burgers en bedrijven vormt. Ook blijkt het opleggen van leges of de hoogte daarvan in relatie te staan tot de mate van individualiseerbaarheid van de aanvrager. Dat wil zeggen dat leges (en/of de hoogte daarvan) minder redelijk kunnen zijn wanneer het gemeenschappelijk belang van de verleende dienst hoger is ten opzichte van het individuele belang van de aanvrager. Dit geeft beleidsvrijheid in het al dan niet besluiten tot het instellen van een kostendekkend (Drempelverhogend door hoge tarieven) of niet kostendekkend (Drempelverlagend door lage tarieven) legesbesluit.

De VNG heeft een model gepubliceerd voor het opstellen van een legesverordening, maar in de tarieventabel van dit model zijn echter geen voorbeelden van tarieven opgenomen. Dit wordt veroorzaakt door een aantal redenen:

  • De te maken kosten voor de verschillende diensten verschillen sterk per gemeente;
  • De kosten zijn sterk afhankelijk van het beleid van de raad van iedere gemeente of al dan niet kostendekkende tarieven worden gehanteerd.

Vergelijking van gemeenten

Dat er grote verschillen in leges voor de evenementenvergunning zijn, blijkt uit een vergelijking tussen enkele steden.

Gemeente Amsterdam

Aantal bezoekers

Leges evenementenvergunning

< 500

€ 1.046

500 – <2000

€ 2.092

> 2.000

€ 7.540

> 5.000

€ 12.568

> 10.000

€ 16.757

 

Gemeente Purmerend

Aantal bezoekers

Leges evenementenvergunning

< 500

€ 83,30

500 – < 2.500

€ 239,95

2.500 – < 5.000

€ 465,30

> 5.000

€ 1.499,95

 

Gemeente Haarlem

Risicoclassificatie

Leges evenementenvergunning

Geen C of B evenement

€ 218

B evenement (Nieuw)

€ 3.166

B evenement (Bestaand)

€ 1.529

C evenement (Nieuw)

€ 4.367

C evenement (Bestaand)

€ 3.166

De grote verschillen in de hoogte van leges zijn zeer duidelijk maar ook de systematiek in de beoordeling van het toepasselijke legestarief verloopt niet op eenduidige wijze. Waar deze in Amsterdam en Purmerend wordt gebaseerd op het aantal bezoekers van het evenement is in de gemeente Haarlem de risicoclassificatie leidend. Dit laatste lijkt meer inzichtelijk voor de aanvrager nu in dat geval de hoogte van de leges immers een directe relatie heeft met de daadwerkelijk uitgevoerde diensten vanuit de gemeente. Het is evident dat voor een hoog risico evenement meerdere dienstenoverleggen noodzakelijk zijn, een multidisciplinaire risicoanalyse dient te worden uitgevoerd, een doorleefsessie moet plaatsvinden en/of een integraal operationeel plan moet worden opgesteld. Daardoor is het redelijk dat de kosten van een dergelijke vergunningaanvraag hoger zijn dan voor een lager risico-evenement waarvoor dergelijke werkzaamheden immers niet noodzakelijk zijn.

Bezoekersaantallen en risico’s

Een directe verbinding tussen het aantal bezoekers op een evenement en de daarbij behorende risico’s en dus de hoogte van de leges is niet altijd 1-op-1 te leggen. Immers brengt een gezellig familie-evenement waar 1.900 personen op afkomen echt zoveel andere risico’s met zich mee dan hetzelfde evenement met een bezoekersaantal van 2.050 personen? En zorgt dit kleine verschil in bezoekersaantal voor de noodzaak om allerlei extra gemeentelijke werkzaamheden uit te voeren? In Amsterdam kan het je zomaar meer dan 5.400 euro aan leges extra kosten! Daarnaast is het überhaupt al zeer discutabel of een bezoekersaantal wel de enige factor dient te zijn voor het vaststellen van de leges. Is de behandeling van dat familie-evenement met 2.000 bezoekers echt meer ingrijpend dan het behandelen van een jaarlijkse bijeenkomst van 1.500 voetbalhooligans en dienen daardoor de leges van dat familie-evenement veel hoger te zijn?

Nieuw of terugkerend

De gemeente Haarlem kiest, in afwijking van Amsterdam en Purmerend, voor een systematiek waarbij een bestaand evenement minder hoge leges hoeft te betalen dan een nieuwkomer terwijl dezelfde risicoclassificatie van toepassing is. Een dergelijk onderscheid is op het eerste gezicht goed te verklaren door de verbinding tussen gemaakte kosten (geleverde diensten) door de gemeente en de hoogte van de leges. Immers voor een bestaand evenement zal de vergunningverlening over het algemeen soepeler verlopen doordat de vergunningverlener en adviseurs bekend zijn met het evenement. Daardoor zal, zeker op basis van een goede evaluatie van de vorige editie, gerichter en sneller het vergunningsproces kunnen worden doorlopen en daardoor minder kosten worden gemaakt. Maar wat als het evenement vorig jaar helemaal de mist is ingegaan en de vergunningsvoorwaarden flink zijn overtreden? Als de gemeente dan bijvoorbeeld de risico’s opnieuw moet beoordelen en/of een extra doorleefsessie juist wel noodzakelijk acht, is het dan terecht dat de leges toch lager worden dan die van het voorgaande jaar?

Drempels verhogen of verlagen

De keuzes die gemeenten maken in de hoogte van de leges lijken op basis van bovenstaande voorbeelden al snel voor discussie vatbaar. Het blijkt met name een middel te zijn om een drempel te verhogen voor organisatoren door hoge tarieven op te leggen of juist die drempel te verlagen door lage tarieven vast te stellen of zelfs helemaal geen leges op evenementenvergunningen te heffen (bijvoorbeeld gemeente Meppel). We stelden eerder echter vast dat een gemeente geen winst mag maken op de leges. Dat hoge tarieven toch mogelijk zijn komt voort uit het gegeven dat in geen enkel geval de kosten vanuit de gemeente helemaal kostendekkend zijn.  
De behandeling van een B-evenement (aandachtsevenement, middelmatig risico) kost de gemeente bijvoorbeeld al een veelvoud van de kosten die aan de organisator worden opgelegd. Deze kosten bestaan onder meer uit de arbeidsuren van de vergunningverlener, de interne adviseurs die ervoor worden geraadpleegd (OOV, Verkeer, constructeur, Juridische Zaken, etc.), het organiseren/bijwonen van een of meerdere dienstenoverleggen, het aanvragen en bijeenbrengen van de adviezen, het overleg met de organisator, het beoordelen van de concept- en definitieve plannen en het uiteindelijk verstrekken van de vergunning. En dan ook nog een goede evaluatie uitvoeren en wellicht nog toezicht tijdens het evenement zelf.

De legeskosten voor evenementenvergunningen zijn, zelfs als ze zo hoog zijn als in Amsterdam, op grond van de benodigde inzet van de gemeente te verantwoorden. Of beter gezegd: de gemeente zal in staat zijn om aan te geven dat er geen winst wordt gemaakt op deze leges. Dergelijk hoge leges zijn dan echter wel vele malen hoger dan in de meeste andere gemeenten. Of het daardoor niet een onredelijke drempel c.q. last opwerpt voor de minder kapitaalkrachtige evenementenorganisatoren in deze gemeente lijkt ons een nader onderzoek waard!

Meer nieuws ›