Door Demi Hanemaaijer
In de zomer van 2024 studeerde ik af op het gebied van veiligheid en crisismanagement. Na een driejarige bachelor Security Studies en een eenjarige master Crisis & Security Management (beiden Universiteit Leiden) was ik klaar om me, met de juiste voorkennis en denkwijzen, onder andere te storten in de wereld van veiligheid en crisisbeheersing. Dacht ik.
Totdat de termen CoPi, SGBO, GRIP, CCB, TDA en DSI me als nieuweling in de praktijk om de oren vlogen. Of ik deze niet geleerd had tijdens mijn opleidingen? Nee, daar leerden we over theorieën uit de internationale betrekkingen rondom crisiscommunicatie, risico’s, veerkracht en lessen trekken uit crises. Ook analyseerden we breed uitlopende casussen, zoals de op voorhand gemiste signalen rondom de Grenfell-Tower brand in 2017, de bestuurlijke verhoudingen rondom de kernramp na de tsunami bij Fukushima in 2011 en het herkennen van uitingen van onvrede over de maatschappij in het manifest dat de dader van de Christchurch schietpartijen schreef. De omvang van de wereld van crisis en de brede impact die iedere crisis of ramp nalaat is tot in de puntjes doorgenomen.
Wat miste, waren de structuren die er in ons eigen land bestaan rondom het reageren op crises en rampen. Welke lijnen lopen er en wie schuift van welke partij aan als het ‘zo ver’ komt. Welke taken en verantwoordelijkheden gelden er? Ik miste praktische voorkennis over de rolverdeling, structuur en werkwijze van Nederlandse crisis- en hulporganisaties na mijn uitgebreide opleiding.
Was een andere, praktischere, opleiding dan een betere keuze geweest? Studies in het beroeps- of theoretisch onderwijs zoals Integrale Veiligheidskunde, Security Studies en Crisis en Security Management focussen zich voornamelijk op het leggen van een sterke theoretische basis voor de veiligheids- en crisismanagers van de toekomst. Er wordt gewerkt aan het zien van de brede impact, het herkennen van de vaak wijde complexiteit en de effecten van de interdisciplinaire verwevenheid van veel rampen en crises.
Om praktisch inzicht te krijgen in de crisisstructuren in Nederland springt er één optie tussenuit. De minor ‘Publieke Veiligheid: Brandweerzorg en Crisisbeheersing’ ontwikkeld door het NIPV en Saxion in Apeldoorn. Tijdens deze 6 maanden durende minor wordt er in het vak ‘Inleiding Crisisbeheersing’ aandacht besteed aan de crisisstructuur in Nederland. Zou een vak als dat niet een plaats, minstens als keuzevak, moeten krijgen in alle opleidingen gericht op crisismanagement in Nederland? Zo leren studenten over de fundering van de crisismanagement-wereld waar ze zo geïnteresseerd in zijn. Met die theoretische basis en kennis van de structuren kunnen zij hierna direct de focus leggen op het opdoen van broodnodige ervaring.
Opleiden, ervaren. Ervaren, opleiden?
Maar heb je niet eerst die ervaring, het gevóél, nodig om goed te leren en functioneren in de wereld van acuut, snel, doordenken en afwegen? ‘Al doende leert men’ luidt de bekende uitspraak immers. Met ervaring op zak is het aanbod om je als crisismanagement-professional te laten bijscholen binnen het vakgebied ook ruimer. Er zijn meerdere aanbieders van verdiepingscursussen. Het NIPV alleen al biedt bijvoorbeeld een 22-tal verdiepings-, verfrissings-, basis- en zelfs volwaardige master-opleidingen aan om je als crisisprofessional te laten bijscholen. Ook biedt het LOI een Hbo-programma business continuity management (BCM) en crisismanagement aan, voor als je al bekend bent binnen het domein. Vergeet ook niet het verbredingsaanbod aan communicatie-efficiëntiecursussen, leiderschapstrainingen en doelgericht werken en -handelen in de hitte van het moment.
Veel experts van nu zijn al doende het vak ingerold, vaak vanuit praktijkervaring met crisisbeheer bij politie, brandweer, GHOR of gemeente. Men leert eerst de praktijk kennen, om later aan de hand van theorie de zaken te leren beschrijven en verklaren die je (her)kent en ervaart. De praktijk – theorie volgorde brengt als voordeel met zich mee dat de zaken die je vanuit het werkveld herkent kunt leren onderbouwen. Denk hierbij aan de reactie van bijvoorbeeld aanwezigen bij een ramp. Je weet dat mensen niet massaal in paniek vluchten, maar juist elkaar een helpende hand proberen te bieden. Dit heb je meermaals ervaren en gezien. Na een bijscholingscursus over het gedrag van mensen in crisissituaties kun je nu ook vanuit de theorie begrijpen waarom dit zo is. Je waarnemingen worden onderbouwd vanuit de wetenschap en dat herken je.
Wanneer de volgorde zich omdraait naar eerst theorie, dan praktijk, doet zich een andere situatie voor. Met de basiskennis van het ‘waarom’ en ‘hoe’ op zak maken de jongsten in het veld de stap naar uitvoering. Steeds meer junioren zullen op deze andere manier het werkveld betreden, en dat is zo verkeerd nog niet. Met een dosis basiskennis herken en leer je sneller van de situaties die je in de praktijk tegenkomt. Met die nieuwste inzichten op zak brengen deze nieuwe aanwinsten verfrissende perspectieven met zich mee. Begrijp me niet verkeerd, het leren is uiteraard niet klaar zodra de stap naar de praktijk gemaakt wordt. Het lerende brein én de opgedane kennis wordt behouden door middel van afwisselende prikkeling. Aan de hand van de casussen uit de praktijk gaat het leertraject verder in dynamische vorm, om de opgedane kennis te verbreden en versterken, en zo ook direct in te kunnen zetten om te groeien in het werk.
De toekomst
Om met een goede theoretische én praktische basiskennis te kunnen beginnen aan een loopbaan in crisismanagement is begrip van de basisstructuur cruciaal. Het opnemen van de basisbegrippen en structuren in crisismanagementopleidingen draagt bij aan de welkome instroom van jonge professionals in het veld. Zij brengen een nieuwe aanpak en daarmee ook andere zienswijzen en frisse kennis met zich mee. Bied de nieuwsgierigheid een kans, geef de nieuwe aanwas ruimte om ‘doener’ te worden en laat ze daarbij ook fouten maken. Met een studie op zak zijn voor hen de kaarten anders geschud dan voor de crisismanagement-enthousiastelingen van 20 jaar geleden, maar de interesse en motivatie voor het vak blijven onveranderd.