Cameratoezicht op evenementen: begin bij de opdracht

Cameratoezicht op evenementen: begin bij de opdracht

Door Syan Schaap en Sander Flight

Cameratoezicht is vaak een belangrijk onderdeel van het veiligheids- en crowdmanagement op evenementen. Steeds vaker lijken echter discussies te ontstaan over de camera’s, en vaak op grond van juridische bezwaren. Wij pleiten voor een grondige aanpak, waarbij alle betrokken instanties eerst samen vaststellen wat de opdracht is. Organiseer het cameratoezicht vervolgens op basis van gezamenlijkheid, bij voorkeur vanuit één locatie, en laat elke stakeholder werken met het cameratoezicht vanuit de eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheden.

Terugblikkend op het afgelopen evenementenseizoen viel ons op dat bij veel evenementen waar wij bij betrokken waren, discussies ontstonden over cameratoezicht. Deze discussies spitsten zich vaak toe op juridische kwesties: wie mag de camera’s plaatsen, op grond van welke wettelijke bevoegdheid, en wie mag ze vervolgens uitkijken en wie mogen er meekijken. Twee voorbeelden.

Voorbeeld 1: alleen politie

Bij de voorbereiding op een groot stadsfeest laat de politie aan alle samenwerkingspartners weten wat er allemaal niet mogelijk is: private camera’s mogen niet in de binnenstad worden geplaatst. En de politie mag haar eigen camerabeelden absoluut niet delen met anderen. De enige optie is dus het cameratoezicht volledig over te laten aan de politie; een politie die overigens het cameratoezicht heeft gereorganiseerd en daardoor op flinke afstand vanuit een andere stad moet meekijken naar het evenement. De organisator van het evenement sputtert tegen, want hij wil zicht hebben op zijn evenement én hij weet dat elders in het land wel oplossingen zijn gevonden voor het samen bekijken van camerabeelden bij openbaar toegankelijke evenementen. De gemeente pakt de kwestie op en organiseert een overleg met de politie en de organisator. Uiteindelijk stemt de politie in met het uitkijken van de politiecamera’s in een commandoruimte in de stad, waar ook medewerkers van de gemeente en de organisator mogen meekijken met de beelden. Het blijkt dus toch mogelijk te zijn.

Voorbeeld 2: de organisator in charge

Een ander stadsfeest organiseerde attracties aan de rand van de stad en combineerde dat met een door de horeca georganiseerd programma in het centrum. De politie wil het hele centrum van de stad tijdelijk laten aanwijzen als privaatrechtelijk evenemententerrein. Dat geeft de beveiligers de mogelijkheid op grond van de huisregels het hele gebied te managen. Daardoor kan de politie-inzet tot een minimum worden beperkt. Dit scenario wordt gekozen en de organisator hangt private camera’s op die worden uitgekeken door een beveiliger. Hier wordt het cameratoezicht dus helemaal aan de organisator overgelaten. Geen van de betrokken instanties stelt vragen over de proportionaliteit van de maatregel of de juridische basis voor privaat cameratoezicht in het hele centrum.

Wat is de opdracht?

Voordat je een discussie kan voeren over wat wel of niet mag met camera’s, is het belangrijk een duidelijke opdracht te formuleren die op het evenement moet worden uitgevoerd – los van de camera’s. De risicoanalyse is het beste startpunt. Uit die analyse kan voor een specifiek evenement blijken dat er risico’s bestaan die vragen om een vorm van monitoring. Het kunnen moedwillige verstoringen zijn, zoals hekkenklimmers, zakkenrollers of relschoppers. Maar het kunnen ook crowd-risico’s zijn, zoals te lange wachtrijen bij kassa’s, opbouw van een menigte voor een afgesloten toegang, vastlopen van publieksstromen op looproutes – kortom: het oplopen van de publieksdichtheid naar kritische waarden. Om dit soort zaken snel te kunnen signaleren en erger te kunnen voorkomen, is vaak monitoring nodig. Daar kan personeel voor worden ingezet dat op straat in de menigte werkt. Maar het is vaak moeilijk om vanaf straatniveau te zien hoe druk het in het hele gebied is. En daar komt bij dat het voor de medewerkers in de commandoruimte vaak moeilijk is om woorden goed te interpreteren, vooral als die een emotionele lading krijgen (“Het is hier stervensdruk!”). De commandant kan niet ervaren wat de medewerker op straat meemaakt. Dat kan worden verbeterd door foto’s te delen in een app of door met kleurcodering voor de drukte te werken (groen-oranje-rood).

Camera’s kunnen bij bepaalde evenementen een grote meerwaarde hebben vergeleken met inzet van personeel op straat. Camera’s blijven continu op dezelfde plek gefocust en lopen niet weg. Ze geven overzicht van bovenaf waardoor overzicht ontstaat. Een getrainde cameraobservant kan in camerabeelden herkennen wanneer kritische dichtheden worden bereikt en direct advies geven om in te grijpen als het die kant op gaat. Daarnaast bieden camera’s de mogelijkheid met één medewerker veel locaties tegelijk in de gaten te houden – een flinke meerwaarde gezien de personeelstekorten die we overal zien. En de centrale organisatie is niet meer afhankelijk van emotionele signalen vanaf de vloer: ze kunnen ‘met eigen ogen’ zien hoe de situatie is.

Camera’s hebben ook nadelen. Als je kiest voor het gebruiken van reeds aanwezige gemeentelijke camera’s op vaste posities, blijkt vaak dat die daar niet specifiek voor het evenement zijn opgehangen en slechts een klein deel van de menigte in beeld brengen. Daarnaast hebben camera’s last van bouwsels die op het evenement worden neergezet, zoals een eetkraam, kermisattractie of spandoek. En camera’s filmen vanuit een schuine hoek waardoor het best moeilijk is om goed in te schatten hoe druk het daadwerkelijk is, in personen per vierkante meter. In onze opleiding leren we observanten met behulp van afbeeldingen uit computersimulaties, waarvan we weten hoeveel personen er per vierkante meter staan, na te gaan wat de publieksdichtheid op een camerabeeld ongeveer is.

De beste oplossing is vaak een mix van mensen en machines. Ervaren, getrainde collega’s die zich in de crowd bevinden en alles van dichtbij aanschouwen, hebben een enorme toegevoegde waarde, juist in combinatie met camera’s en andere digitale middelen. Denk bijvoorbeeld ook eens aan specifieke telcamera’s, radiogolven die de relatieve drukte meten of slimme software voor beeldanalyse.

Juridische kwesties

Stel dat uit de risicoanalyse is gebleken dat cameratoezicht een gewenst middel is voor dit specifieke evenement. Dan nog leidt dit zoals de voorbeelden lieten zien soms tot heftige discussies. Die discussies gaan vaak over juridische kwesties. Waarom is dat zo? En wat is de beste oplossing? Expert cameratoezicht Sander Flight heeft in de afgelopen vijfentwintig jaar geleerd dat er geen one-size-fits-all oplossing is. Alles hangt af van waar de bottleneck zit en vaak spelen daar meerdere zaken tegelijk:

  • Capaciteit: De politie heeft niet altijd genoeg personeelscapaciteit om een controlecentrum op het evenement te bemensen. De voorbeelden die we gaven laten zien dat dit twee kanten op kan werken: alles naar het regionale uitkijkcentrum halen of juist alles helemaal bij de organisator neerleggen;
  • Gemeente: De burgemeester gaat over de openbare orde in de stad tijdens evenementen. De burgemeester moet dus ook in staat zijn die verantwoordelijkheid te nemen en daarom willen gemeenten vaak zelf overzicht hebben en op camera’s meekijken. De oude rolverdeling tussen politie (landelijk en regionaal) en gemeente (lokaal) is aan het veranderen;
  • Kennis: Niet iedereen weet hoe het juridisch zit, maar veel mensen kunnen heel stellige dingen zeggen. Een voorbeeld: alleen politiefunctionarissen mogen camerabeelden bekijken. Dat staat nergens in de wet: het is een interpretatie van de wet en er is ruimte het anders te regelen, waardoor dezelfde camera voor meerdere doelen tegelijk kan worden gebruikt;
  • Gewoonte: elke regio in Nederland heeft een eigen werkwijze ontwikkeld in de afgelopen decennia en aanpassen is moeilijk. Maar de wet is in heel Nederland gelijk, dus er is geen juridische reden alles bij het oude te houden. Maar tradities aanpassen is al gauw moeilijk en ligt vaak gevoelig;
  • Kosten: vaak is de partij die de camera’s betaalt niet de (enige) die ervan profiteert. Dat kan scheve ogen opleveren en een incentive zijn om passief te blijven. Vaak is de gemeente nodig om dat vlot te trekken.

Maak een plan

Als het besluit wordt genomen camera’s in te gaan zetten, moet een plan worden gemaakt. Doe dat systematisch door bijvoorbeeld de volgende vragen te beantwoorden:

  • Welke camerabeelden heeft de gemeente al beschikbaar in een eigen toezichtsruimte?
  • Welke camerabeelden heeft de politie beschikbaar in het gebied?
  • Welke locaties missen dan nog die specifiek voor dit evenement van belang zijn? Denk aan toegangspoorten, het stationsplein of een looproute waar drukte wordt verwacht.
  • Hoe zorgen we dat alle beelden in één ruimte kunnen worden bekeken?
  • Welke beelden mag alleen de politie zien en hoe regelen we dat?

Het uitgangspunt zou altijd moeten zijn dat het toezicht gezamenlijk moet worden georganiseerd, waarbij alle beschikbare middelen – mensen en machines – optimaal worden benut voor het gemeenschappelijke doel. Kies een locatie waar je tijdens het evenement bij elkaar wilt gaan zitten en zorg ruim op tijd voor alle techniek die nodig is om beelden te kunnen binnenhalen in de gezamenlijke controleruimte. Stel een overeenkomst op voor het meekijken op elkaars camerabeelden die verplicht moet worden getekend door iedereen die in de commandoruimte komt werken. Zorg dat alleen geaccrediteerde medewerkers het controlecentrum in kunnen komen.

En na het evenement moet je de tijd nemen grondig te evalueren. Klopte onze risicoanalyse? Waren er inderdaad camera’s nodig? Stonden ze op de juiste plekken? Was er een goede connectie tussen de cameraruimte en de medewerkers op straat?

Op deze manier kan je gericht verbeteren en meer grip krijgen op crowds met een effectieve en juridisch juiste vorm van cameratoezicht.

Meer nieuws ›