The Real Project X- hebben we zicht op maatschappelijke fenomenen?

The Real Project X- hebben we zicht op maatschappelijke fenomenen?

Het uitkomen van de Netflix-documentaire “The Real Project X” is een goede aanleiding om de lessen van deze bijzondere gebeurtenis in 2012 er nog eens grondig op na te lezen. We focussen op de lessen die toen zijn getrokken ten aanzien van jeugdcultuur, maatschappelijke normen en overheidshandelen. Want wat kunnen we in 2025 met deze lessen om met actuele uitdagingen te dealen? 

Op 8 juli 2025 bracht Netflix de documentaire “Trainwreck: The Real Project X” uit. Dit is het verhaal van Project X in Haren, van Merthe die haar verjaardag vierde en per ongeluk haar Facebook-evenement op Openbaar had gezet. Op 21 september 2012 kwamen honderden jongeren naar het Groningse Dorpje Haren om Merthe’s verjaardag mee te vieren. Een leuke grap die ‘echt’ werd en flink uit de hand liep. 

De documentaire bracht mij terug naar dat moment waarop we allemaal aan de buis gekluisterd zaten en al dagen hadden geluisterd naar het gegrap op radio en televisie over het al dan niet uit de hand lopen van dit Facebook-evenement. Ik had mij niet meer herinnerd dat een jongen van Merthe’s school het evenement voor de grap opnieuw had aangemaakt nadat zij het had verwijderd omdat ze was geschrokken van het grote aantal “ik ben erbij”-vinkjes. Wel wist ik nog dat een vreemde vogel uit het buitenland het evenement weer opnieuw had aangemaakt. Toen verloren Merthe en de mensen om haar heen alle controle. Ongeveer 30.000 mensen hadden zich uiteindelijk aangemeld voor dat evenement in de Stationsstraat in Haren en Merthe schetst in de documentaire hoe zij, haar familie en de buurt bang toekeken naar wat er ging gebeuren.  

De documentaire laat ook mooi zien dat sommige jongeren al vroeg aankwamen in Haren, met veel meegebrachte drank, en de hele dag in de buurt van de Stationsstraat stonden. In de loop van de dag en de avond werd het steeds drukker en chaotischer, met geschreeuw, gezing, vuurwerk en slopen van straatmeubilair en eigendommen van buurtbewoners. De rest is geschiedenis. De politie trad op maar kon niet voorkomen dat er flinke ordeverstoringen ontstonden (volgens sommigen had de politie er zelf ook schuld aan door haar optreden). Er vielen meer dan 50 gewonden, waaronder 16 politieagenten. De hele situatie kostte de gemeente rond de 250.000 euro. Ook werd een buurtbewoner door jongeren gemolesteerd, waarbij hij zwaargewond raakte. 

Lessen uit de evaluatie van ‘Haren’ 

Na dit online aangejaagde evenement werd er een Commissie Cohen geïnstalleerd, die onderzoek moest doen naar het fenomeen online aangejaagde ordeverstoring, het politieoptreden en de maatschappelijke fenomenen die dit kennelijk allemaal had mogelijk gemaakt. Onder leiding van de voormalige Amsterdamse burgemeester Job Cohen werden in maart 2013 drie deelrapporten gepubliceerd: 

  • Er is geen feest, de overheidsreactie op project X Haren; 
  • De weg naar Haren, de rol van jongeren, sociale media, massamedia en autoriteiten bij de mobilisatie voor Project X Haren; 
  • Hoe Dionysos in Haren verscheen, maatschappelijke facetten van Project X Haren. 

Mij bekroop destijds het gevoel dat het incident was “overgeëvalueerd”. Want hoe nuttig en verstandig de bevindingen van de drie deelrapporten ook waren, het was zoveel dat de focus leek te ontbreken op wat echt moest verbeteren. Nu, dertien jaar later, leek het me goed om eens dieper in te zoomen op het derde rapport, waarin maatschappelijke verklaringen worden gezocht voor het ongeremde, losgeslagen gedrag van jongeren in Haren en waarin ook wordt gezocht naar aanknopingspunten voor verbetering in het omgaan met dergelijke fenomenen. 

Jeugdcultuur  

Deelrapport 3 ‘Hoe Dionysos in Haren verscheen’ had als ondertitel ‘Maatschappelijke facetten van Project X Haren’. Het is een 256 pagina’s tellend document dat achterliggende verklaringen zoekt voor het gedrag van de honderden die naar Haren reisden. Niet de directe aanleiding staat centraal (het Facebook-evenement, ook niet de keuzes van de burgemeester of het politieoptreden), maar de achterliggende fenomenen die eraan hebben bijgedragen dat de situatie verliep zoals die is verlopen.  

Auteur en bestuurskundige Gabriël van den Brink wijst erop dat jongeren van 14 tot 24 in de basis al in een levensfase zitten waarin ze een drang hebben om riskante of spannende gebeurtenissen op te zoeken, en een sterke behoefte hebben om samen met leeftijdsgenoten iets te doen, gecombineerd met een onvermogen om de eventuele gevolgen van hun daden te overzien. Vervolgens geeft hij aan dat de specifieke context van de situatie in Haren medebepalend is geweest voor hoe het zo heeft kunnen lopen. En ook de consumptie van grote hoeveelheden alcohol heeft een belangrijke rol gespeeld. Van den Brink heeft het gedrag van de relschoppers in Haren beschouwd tegen deze context, maar wel met een bredere scope, namelijk ook kijkend naar de rol van de Project X-film die toen net in de bioscoop was, de rol van ouders, de rol van de lokale autoriteiten en de rol van mobilisatoren, zowel Facebook als de klassieke media.  

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Barrières 

Van den Brink spreekt in zijn conclusies van een ‘Vrij uitzonderlijke gebeurtenis’, die alleen onder specifieke condities kon optreden en een kleine kans op snelle herhaling heeft. Hij geeft aan dat met de beperkte remmingen die jongeren per definitie ervaren, ouders en meer in het algemeen de ‘cultuur’ in een maatschappij voldoende barrières moet opwerpen om niet zomaar ongeremd tekeer te gaan. Van den Brink merkt echter dat de maatschappelijke veranderingen naar een mondige burger die vooral voor zichzelf opkomt, het elkaar corrigeren op de naleving van een gedeelde maatschappelijke norm bemoeilijkt. Daarbij is thrill seeking inmiddels ook iets van de ouders geworden, ook zij gaan op zoek naar heftige vrijetijdsbestedingen, met gebruik van alcohol en drugs. Die ouders hadden volgens hem overigens voor het evenement een heel ander beeld van wat er ging gebeuren dan daarna. Van den Brink verwerpt een mogelijke bepalende rol van de film Project X, hij geeft aan dat er altijd dergelijke films zijn en jongeren altijd op zoek zijn naar spanning en actie. Wel ziet hij een medebepalende rol van Facebook en massamedia. Wanneer traditionele media zoals kranten, radio of televisie dergelijke oproepen serieus nemen, worden de berichten over een feest in Haren een stuk ‘realistischer’ (Van den Brink, 2013, p. 135). Sommige media deden er een schepje bovenop, bijvoorbeeld door opnames te maken van opgewonden jongeren in Haren. Sommige media riepen zelfs op om naar Haren te gaan.  

Kritiek op autoriteiten 

Stevige kritiek gaat in het rapport uit naar de rol van de autoriteiten: zij hadden voor de openbare orde en veiligheid moeten zorgen en rellen moeten verhinderen. Er is kritiek op het gebrek aan kennis binnen de overheid over het fenomeen sociale media, en op de wijze waarop de overheid communiceerde over het evenement (niet duidelijk en niet consistent). Het adagium “Er is geen feestje” dat door de burgemeester van Haren werd uitgedragen lijkt eerder een averechts effect te hebben gehad en ging niet gepaard met toch voorbereid zijn op een mogelijk evenement. Blijkbaar wilde niemand zich voorbereiden op het ergste scenario. Politie was er onvoldoende en de politie die er was, was niet goed voorbereid op wat haar te wachten stond.  

Toch wil Van den Brink niet zover gaan dat dit onvermijdelijk tot rellen had moeten leiden. Dat er niets te beleven was en dat er veel alcohol kon worden genuttigd deed de kans op grensoverschrijdend gedrag toenemen. In de momenten die volgden en er daadwerkelijk met de politie werd gevochten en winkels werden geplunderd, zullen jongeren dit als ‘kick’ hebben ervaren. Dat ze in een sociale context met relatief veel onbekenden om zich heen stonden heeft in ieder geval niet geholpen om hen die grenzen over gingen tot de orde te roepen. 

Twee werelden 

Uiteindelijk stelt Van den Brink dat Project X in Haren niet als een geïsoleerd verschijnsel mag worden gezien. Hij refereert daarbij naar uitgaansgeweld, maar ook naar de “twee werelden” die in ons land zijn ontstaan: enerzijds een open en mobiele maatschappij met grote waardering voor het eigen initiatief, waar behoorlijk gedronken wordt en waar een feestcultuur bij hoort waarin wetten en regels ons vooral niet moeten hinderen. Anderzijds een land waarin de roep om normen en waarden steeds luider wordt, waarin strenge straffen en krachtig leiderschap worden gevraagd, veel aandacht is voor veiligheid en kinderen op het schoolplein tot de orde geroepen worden als ze iemand pesten. Van den Brink noemt dit “de strijd tussen Dionysos en Apollo” (Van den Brink, 2013, p. 141). 

Interessant is ook dat Van den Brink vrij kritisch is op het rechtlijnig denken in een aanpak van dit incident volgens de GRIP-procedure. Hij ziet dit als een procedure die ervan uitgaat dat een incident als dit altijd een samenwerking van diverse professionals volgens een vaste procedure onder eenhoofdige leiding nodig maakt. Het volgen van deze procedure ziet hij als een denkwijze die past bij de roep om strenger aanpakken en sterk inzetten op handhaving. Hij ziet dit botsen met de wens van veel (hoogopgeleide) burgers om juist meer ruimte te willen hebben voor verbeelding en creativiteit. Openbaar bestuur moet begrijpen dat ze maatschappelijk initiatief moet toejuichen en niet altijd centrale sturing moet willen voeren, aldus Van den Brink. 

De aanbevelingen 

Van den Brink komt uit op vier moeilijkheden in de rellen in Haren die volgens hem aanknopingspunten bieden voor verbetering. Ten eerste hoe het openbaar bestuur naar jongeren, burgers en ondernemers kijkt. Ten tweede hoe het over zichzelf en zijn eigen taakstelling denkt. Ten derde hoe het openbaar bestuur zijn taken bij een ramp of incident organiseert en wat de rol van de politie is. En ten vierde hoe eenmaal genomen besluiten worden uitgevoerd. Van den Brink geeft aan: deze casus leert een paar dingen die het bestuur in zulke omstandigheden beter wel respectievelijk beter niet zou kunnen doen. 

De hoofdaanbeveling van deelrapport 3 van de evaluatie van Project X in Haren is dat de overheid een beter zicht moet krijgen op de maatschappelijke realiteit. Bestuurders kijken teveel vanuit hun systeemwereld en staan onvoldoende in verbinding met de normale realiteit van de burger. Hij koppelt hier vier stellingen aan. 

  • 1.  Het monitoren van sociale media heeft geen betekenis wanneer het als een technisch vraagstuk wordt gezien. Het moet betrokken worden op de leefwereld van jongeren. 
  • 2. Bij het inschatten van risico’s kan de ervaringskennis van uitvoerende professionals op een meer volledige wijze worden benut. 
  • 3. Een bestuur dat wil begrijpen wat er maatschappelijk gebeurt, houdt rekening met de waarnemingen die burgers doen. Ook wanneer die waarnemingen weinig rationeel lijken. 
  • 4. Films en andere vormen van maatschappelijke verbeelding dragen bij aan ons begrip van de realiteit. Vooral waar het om de belevingswereld van maatschappelijke actoren gaat.

De tweede aanbeveling is dat er een ruimere visie moet komen op openbare orde en veiligheid en op risico-uitsluiting. Deze manier van denken heeft zijn grenzen bereikt en daar koppelt Van den Brink twee stellingen aan. 

  • 5. We zijn in Nederland toe aan een nieuwe balans tussen veiligheid en speelruimte. Dat geldt met name voor de manier waarop we met jongeren omgaan. 

“Daarbij valt wellicht te leren van de manier waarop men tegenwoordig grootschalige muziek- en dansfestivals organiseert. Deze vinden plaats binnen een afgeschermd gebied waar men scherp op bezoekers selecteert. Eenmaal binnen geniet de bezoeker andere vrijheden dan gebruikelijk. Maar wie zich daarbij misdraagt wordt door de beveiliging eruit gezet en komt er niet meer in. Deze combinatie van strakke handhaving aan de deur en een relatief grote tolerantie binnen de hekken, kan ook voor overheden een interessante denkwijze zijn.” 

  • 6. Wie over openbare orde nadenkt, moet zich ook buigen over de vraag wat de eigen inbreng van burgers, ondernemers en andere maatschappelijke actoren zou kunnen zijn. 

De derde aanbeveling is organisatorisch. Nieuwe fenomenen vragen om nieuw beleid, maar ook om aanpassing van de wijze waarop de overheid zich organiseert. Hier ook twee stellingen bij. 

  • 7. Als de situatie ingewikkeld en de voorbereidingstijd beperkt is, moet men de hulp inroepen van mensen die ervaring met een vergelijkbare situatie hebben opgedaan. 

“Wel denken we dat het bij onverwachte en complexe situaties vooral op twee dingen aankomt: het vermogen om te improviseren gegeven de ontwikkeling die zich voltrekt en de aanwezigheid van mensen die eerder ervaring met dergelijke situaties hebben opgedaan. In elk geval zou men voorzichtig moeten zijn met protocollen of gedetailleerde draaiboeken waarin het optreden van uitvoerende professionals van stap tot stap wordt vastgelegd.”

  • 8. Voor een adequate omgang met sociale media moet de overheid zowel de expertise als het engagement van jongeren verwelkomen.

De vierde en laatste aanbeveling is dat het handelen van bestuurders beter zichtbaar en geloofwaardig tot uiting moet komen. In die zin heeft het handelen van het bestuur van de gemeente Haren ons geen goed gedaan. Over het herstel van vertrouwen tussen burger en bestuur drie stellingen. 

  • 9. Bij verstoring van de openbare orde moet de overheid niet alleen volkomen helder zijn over de door haar genomen maatregelen maar ze moet ook dienovereenkomstig optreden. 
  • 10. Ordeverstoringen-nieuwe-stijl hebben ook gevolgen voor de media. Ze moeten zich bezinnen op de rol die ze gewild of ongewild in een nieuwe realiteit spelen.
  • 11. Hoewel de burgers van Haren alle reden hebben om boos te zijn, zou een dosis noordelijke nuchterheid bij het verwerken van deze pijnlijke gebeurtenissen helpen. 

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Zou het weer zo gebeuren? 

Ik vind het interessant om nu, 13 jaar later, te kijken naar dit maatschappelijk georiënteerde onderzoek en de observaties en aanbevelingen die hierin zijn gedaan. Zijn de zaken die toen als zorgwekkend werden gezien, nu beter onder controle? Ik waag het te betwijfelen. Gebruik van sociale media bijvoorbeeld, verandert zo snel dat wat oudere generaties doorgaans niet op die sociale media actief zijn waar jeugd te vinden is. Ook de spanning die Van den Brink constateerde tussen enerzijds ruimte voor creativiteit en een uitlaatklep nodig hebben, en anderzijds de drang naar verdere regulering van onze leefwereld speelt volgens mij nu nog sterker dan toen. Individualisering lijkt verder te zijn doorontwikkeld en lijkt een extra boost te hebben gekregen door de Covid-crisis. Instituties die ons samenbrengen en een gedeelde cultuur met breed gedragen normen en waarden ondersteunen, hebben een minder prominente plek in onze huidige samenleving. Scholen en andere maatschappelijke instituties doen wat ze kunnen maar het lijkt niet genoeg om ons het gevoel te geven echt samen te leven. Want spreek je een tiener uit de buurt aan die met zijn fatbike over de stoep crosst? Als je al geen grote bek krijgt, moet je ook nog oppassen voor boze ouders en rekening houden met de kans dat je online wordt lastiggevallen als men je daar vindt. In die zin ervaar ik de maatschappij anno 2025 nog verder gepolariseerd en gespannen dan Van den Brink in 2013 beschreef. 

Online aangejaagde verstoringen 

Waarom gebeuren er dan toch geen nieuwe Project X-events? Feitelijk gebeurt dit wel, alleen onder verschillende namen en met verschillende doelen. Denk aan klimaatactivisten die elkaar online mobiliseren om een snelweg te bezetten. Aan jongeren die elkaar in november 2024 activeerden om naar het centrum van Amsterdam te komen om aanhangers van een Israëlische voetbalclub (en anderen die kennelijk tot dezelfde groep werden gerekend) te molesteren. En aan illegale raves, handtekeningenacties van Youtubers en uitdeelacties van TikTok-sterren. Er zit vaak wel een vorm van copycatgedrag in en in die zin snap ik dat in 2012 het scenario van de film Project X een inspiratiebron vormde. Heden ten dage ben ik meer beducht dan in 2012 voor online aangejaagde verstoringen met een politieke of maatschappelijke aanleiding, waarbij (grof) geweld niet wordt geschuwd. We doen er goed aan de aanbevelingen van Project X Haren nog eens goed na te lezen en samen kritisch te bepalen wat we kunnen doen om ons beter te prepareren op inmiddels voorzienbare scenario’s. 

Meer nieuws ›